Link naar veel meer foto's van deze brand op de facebookpagina van de Eindhovense brandweer


Op 28 september 1971 vloog het hotel-restaurant ’t Silveren Seepaerd in brand. De melding werd 05:37 uur gegeven, de brandweer was op 05:40 uur ter plaatse, om 07:45 werd het sein “brand meester” gegeven. Op het trottoir lagen 2 doden en 4 zwaargewonden. Uiteindelijk bleken er 11 mensen te zijn omgekomen en 19 mensen raken gewond. Hotelgasten waren uit de ramen gesprongen, al dan niet via aan elkaar geknoopte lakens.  

Langdurige onzekerheid bij rampzalige brand
 in Eindhoven

Het uitgebreide onderzoek naar de oorzaak van de rampzalige brand in het hotel 't Silveren Seepaerd in Eindhoven heeft ertoe geleid, dat het verslag met enige vertraging is binnengekomen. [...] Gezien de ernst van de noodlottige branden achtte de redactie het toch wenselijk de betrokken verslagen te publiceren. [..] De foto's van de hotelbrand zijn van Pierre van de Meulenhof uit Helmond.

Op 28 september 1971 kwam te 05.37 uur op de alarmcentrale van de brandweer Eindhoven een melding binnen van een brand in hotel 't Silveren Seepaerd. Hij was afkomstig van iemand die zich Vos noemde. Hij gaf het bericht vanuit een telefooncel bij het hoofdpostkantoor door. Na deze eerste melding volgden er nog vele.
Onmiddellijk na de eerste melding werden naar de brand gedirigeerd: 2 AS HD/LD: 2 ladderwagens en een gereedschapswagen in totaal bemand met 17 brandwachten en 2 bevelvoerders t.w. een brand- en een onder-brandmeester. Om 05.40 uur waren deze voertuigen ter plaatse en gezien de ernstige situatie werd het nader bericht „grote brand" verzonden. De alarmcentrale werkte op dit bericht het inzetschema, behorend bij de code „grote brand", af.

De situatie was zeer onoverzichtelijk. De brand in het restaurant was reeds uitslaand, terwijl op de verdiepingen een zware rookontwikkeling viel waar te nemen. Op balkons en achter de ramen van hotelkamers bevonden zich vele hotelgasten. die kennelijk geen uitweg meer zagen. Op het trottoir aan de voorzijde lagen twee doden en vier zwaargewonden. Zij waren naar beneden gesprongen. Aan de achterzijde — Dommelstraat — werd op het platte dak van de keuken een aantal gewonde en ongedeerde mensen gevonden. De eerste maatregel was om met het beschikbare personeel en met hen die zich vrijwillig beschikbaar stelden te trachten te redden wat te redden viel. Verscheidene hotelgasten hadden zichzelf in veiligheid kunnen stellen via een noodtrap. Anderen waren langs aaneengeknoopte lakens en dekens naar buiten gekomen.
Om 05.43 uur kwam er versterking van de Philips brandweer met drie voertuigen en 17 man bezetting. Deze versterking kreeg de opdracht aan de zijde Dommelstraat te gaan helpen. Aan deze zijde redden zij, vaak met groot risico voor eigen leven, 14 personen. Behalve de blussing aan deze zijde was het ook noodzakelijk overslag naar het naastgelegen hotel Schimmelpenninck te voorkomen. Dit was inmiddels geheel ontruimd.
Versterking te 05.45 uur arriveerde een aantal ambulances van de G.G. & G.D., alsmede een ambulance van Philips voor het vervoer van doden en gewonden.
Om 07.45 uur was men met de blussing zover gevorderd, dat het nader bericht „brand meester" kon worden gegeven, en het onderzoek naar eventuele slachtoffers in het gebouw kon worden voortgezet. Elke ruimte werd grondig onderzocht. Daarbij werden negen doden gevonden. Om 18.53 uur kon het laatste voertuig inrukken. Voor de nacht werd een bewaking achtergelaten; drie brandwachten, voorzien van enig materieel. De brand is ontstaan in het restaurant en verspreidde zich snel naar het café. Door de open trappenhal baande het vuur zich een weg naar de verdiepingen. Tengevolge van de verbranding van diverse soorten kunststoffen ging de brand met een grote rookontwikkeling gepaard. Ook via de ramen had overslag naar hogere verdiepingen plaats. Zich op balkons bevindende hotelgasten zijn hierdoor verrast.
Daar in eerste instantie het accent op de redding moest worden gelegd, ging, als gevolg van de constructie, het oudste gedeelte van het hotel (stalen kolommen en balken, houten vloeren, open trappenhal) verloren.
Op de tekening is de aanval op de brand aangegeven. Rondom de brand was voor een goede afzetting gezorgd, waardoor ongehinderd kon worden gewerkt.

Onzekerheid
Doordat het gastenboek verloren was gegaan, verkeerde men aanvankelijk in onzekerheid over het aantal in het hotel verblijvende personen. Na uren van intensieve nasporingen door politie en directie kon pas om 18.00 uur definitief worden vastgesteld, dat het zoeken naar eventuele slachtoffers kon worden gestaakt.
Op last van de officier van justitie uit Den Bosch werd reeds dezelfde middag begonnen met het onderzoek naar het ontstaan van de brand. Hierbij waren het Gerechtelijk Laboratorium uit Den Haag, de gemeentelijke politie en brandweer en de Rijksinspectie voor het Brandweerwezen betrokken. Tot nu toe heeft dit onderzoek geen resultaat opgeleverd. [ tekst uit De Brandweer, januari 1972]

Brand in Hotel 't Silveren Seepaerd

De brand in Hotel 't Silveren Seepaerd vond in de nacht van 28 september 1971 plaats in Eindhoven.

Hotel 't Silveren Seepaerd was een hotel-restaurant aan het Stationsplein. De brand in het hotel brak 's nachts uit. Door flashover breidde de brand, die begon op de begane grond, zich razendsnel uit over het vier verdiepingen tellende hotel. De vluchtwegen in het hotel waren slecht aangegeven en door de enorme rookontwikkeling was ontsnappen uit het hotel vrijwel onmogelijk. Van de 86 in het hotel aanwezige gasten kwamen er 9 om door de brand, waarvan twee ten gevolge van hun vluchtpoging. Zestien gasten raakten (ernstig) gewond.

De dag ervoor was juist het voetbalelftal van Chemie Halle uit de DDR in het hotel ingetrokken. Zij hadden op de 15e september (gelijk) gespeeld tegen PSV in de eerste ronde van de Europacup III in Halle. Een van de spelers, Wolfgang Hoffmann, kwam om bij de brand, en de terugwedstrijd in Eindhoven werd niet meer gespeeld.

De oorzaak van de brand is nooit opgehelderd. Om ongeveer half zes in de morgen zag een buschauffeur brand in het restaurant van het hotel. De chauffeur waarschuwde de portier, maar er was toen al zoveel rookontwikkeling dat ze het hotel niet verder in durfden te gaan. Even later was de brandweer ter plaatse. Verschillende gasten hingen uit hun ramen en op straat lag een aantal mensen die uit hun hotelramen waren gesprongen. De brandweer concentreerde zich eerst op het redden van de hotelgasten, alvorens met blussen te beginnen. Pas om kwart voor acht 's ochtends was de brand onder controle. Het nablussen duurde nog de hele dag.

De brand in 't Silveren Seepaerd leidde in Nederland tot strengere brandvoorschriften voor hotels en restaurants. Het hotel werd overigens niet herbouwd. Tegenwoordig bevindt zich op de plaats van het hotel een appartementencomplex.

Op 28 april 2006 speelde PSV een vriendschappelijke wedstrijd, in en tegen Halle, ter nagedachtenis aan de brand.

bron wikipedia 2017

Lees ook: http://www.zero-meridean.nl/c_eindhoven_280971.html

HALLE - In september 1971 kwam een speler van Chemie Halle om bij een hotelbrand in Eindhoven.
https://web.archive.org/web/

1

Bea Driessen

Herinneringen van Bea Driessen, secretaresse Brandweer, 1965-1973: “Er liepen verschillende stoere mannen te janken toen ze in de kazerne kwamen, zeker de nieuwe brandwachten. Ik weet nog dat mijn vader mij ‘s morgens in alle vroegte uit bed trommelde. Hij had het nieuws gehoord en zei dat ik hard nodig was in Eindhoven, ik ben nog nooit zo vroeg op mijn post geweest. “ “Wat me ook nog te binnen schiet is dat een hele poos na de brand een (schoon)zoon van een slachtoffer bij van Dijck is geweest met vragen. Zijn moeder (of schoonmoeder) was een van de slachtoffers en zat in een rolstoel. De brandweer kwam met de ladderwagen aan haar balkon maar zij maakte de brandweerman duidelijk dat ze niet op kon staan en ze weigerde om met haar rolstoel naar het balkon te komen. Ze weigerde alle hulp. Volgens haar waren er andere, jongere mensen die hij beter kon gaan helpen, zij was toch al oud en invalide.”

2

Wim Habraken.

Ik weet dit nog heel goed en zal het ook nooit kunnen vergeten!!  Ik was erbij, ik heb het gezien, ik heb geholpen waar het kon, maar je kon niet veel meer dan alleen toekijken hoe die arme drommels uit de ramen schreeuwden om hulp en later ten einde raad naar beneden sprongen! Enkelen hebben we op platte postwagentjes bedekt met postzakken gewond naar het Binnenziekenhuis op de Vestdijk gebracht. Toen we toch maar aan het werk gingen en in de kantine kwamen, zaten daar die trieste mensen in hun nachtkleding. Vanuit de kantine keken ze zo op de rampplek, waarop volop werd geblust en grote bedrijvigheid, maar nieuwsgierigheid was. Een zwarte dag en bladzijde in mijn leven.
Wim Habraken. (2010)
bron: http://www.eindhoven-in-beeld.nl/picture/show/28465/ED-extra-editie-Brand-Seepaerd

3

Verzekering betaalt niet

Verzekering betaalt niet wegens brand in Silveren Seepaerd
De nabestaanden van de elf mensen die vorig jaar omgekomen zijn bij de brand in het Eindhovense hotel 't Silveren Seepaerd mogen niet rekenen op een uitkering van de verzekering. De verzekeringsmaatschappijen van het hotel hebben zich namelijk op het standpunt gesteld dat de directie of het personeel geen schuld dragen aan de brand. Ook de schade aan de eigendommen van de hotelgasten zal niet worden vergoed.
De verzekeringsmaatschappijen van de slachtoffers zullen zich niet neerleggen bij deze zaak, zo hebben zij aangekondigd.

Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland 15-06-1972

4

De oorzaken

De oorzaak van de brand is nooit achterhaald. 
De brand heeft waarschijnlijk al geruime tijd in het restaurant gewoed voordat hij ontdekt werd. Er waren in het restaurant brandgevoelige decoratiematerialen gebruikt, die het vuur lange tijd konden voeden, maar er was te weinig zuurstof om de brand te doen oplaaien.  [...]
Het hotel was niet brandwerend gebouwd. In de nieuwbouw blijken verborgen gebreken tussen de vloeren en de plafonds de branddoorslag naar de hoger gelegen etage's te hebben bevorderd. Doordat het restaurant zonder brandwerende scheidingswanden over de hele lengte van de beide bouwdelen doorliep, kon het vuur ook snel de oudbouw bereiken, In de hal was de open trap een trekgat, waardoor het vuur snel naar boven trok.
Bron: http://www.zero-meridean.nl/c_eindhoven_280971.html

Juridische strijd over schadeclaims na hotelbrand 

NRC Handelsblad 14-06-1972


Door een onzer redacteuren
EINDHOVEN, 14 juni — De verzekeringsmaatschappijen van het hotel 't Silveren Seepaerd in Eindhoven zullen de nabestaanden van de mensen die vorig jaar bij de brand in dit hotel om het leven zijn gekomen geen enkele uitkering doen. De brand is niet een gevolg geweest van schuld of nalatigheid van de directie of het personeel, waardoor er geen verplichting bestaat om de schade te vergoeden, menen de assuradeuren. Ook de gewonden maken volgens de maatschappijen geen aanspraak op schadevergoeding en evenmin wordt de schade aan eigendommen vergoed.
De verzekeringsmaatschappijen van de gedupeerden zullen zich niet bij de conclusies van hun tegenpartij neerleggen. In totaal hebben veertig hotelgasten en nabestaanden van de slachtoffers schadeclaims bij het hotel ingediend.

Naar het bedrijfschap Horeca ons meedeelde is het gebruikelijk dat hotels zich verzekeren tegen aansprakelijkheid die kan ontstaan door niet of gebrekkige nakomingen van de overeenkomst tussen hotelhouder en hotelgast en tegen aansprakelijkheid, ontstaan door een onrechtmatige daad.
In het geval van de brand in 't Silveren Seepaerd lijkt op het eerste gezicht aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad niet aannemelijk: dan moet namelijk aangetoond worden dat de schade een gevolg is van schuld of nalatigheid van directie of personeel. De vraag blijft dan nog open of de gedupeerde (nabestaanden van) hotelgasten hun schadeclaims kunnen baseren op de overeenkomst tussen hen en de hotelhouder. Het Burgerlijk wetboek bevat enkele bepalingen over de aansprakelijkheid van de hotelhouder op grond van deze overeenkomst, die bijv. betrekking hebben op kwesties als beschadiging en diefstal. De moeilijkheid is echter dat het BW niets met zoveel woorden zegt over brand.

De rechtspraak heeft tot nu toe het schadebegrip in de bepalingen over de hotelovereenkomst in het BW zo uitgelegd dat er alleen „schade door menselijk toedoen" onder wordt verstaan. Met andere woorden: door deze uitleg is het van belang te weten of de brand een gevolg was van een daad of nalatigheid van de hotelhouder.
Bovendien zijn een groot aantal hotels aangesloten bij de zgn.Uniforme voorwaarden hotellerie en het Hotelreglement, die de aansprakelijkheid uit contract beperken, in het algemeen tot een bedrag van vijftig maal de overnachtingsprijs. Afgezien van dit alles doet zich bij aansprakelijkheid uit overeenkomst de mogelijkheid voor dat de hotelhouder zich beroept op overmacht; en ook voor dit punt is relevant of de hotelhouder door iets te doen of na te laten misschien de brand had kunnen voorkomen. Er is al enige tijd overleg gaande tussen het Bedrijfschap Horeca en de assuradeuren, dat er vooral op gericht is de brandveiligheid in de hotels te verhogen. In Nederland is (nog) niet de Conventie van Parijs van 1966 van kracht, waarin de aansprakelijkheid van de hotelhouder uitgebreid geregeld wordt (doel van de conventie-is uniforme bepalingen in een zo groot mogelijk aantal landen). Hoewel in die conventie het begrip overdacht wat exacter wordt omschreven, is het niet zeker dat het Eindhovense hotel wel aansprakelijk zou zijn als Nederland bij de Conventie zou zijn aangesloten. 
[Hoe deze zaak is afgelopen is onduidelijk, in Delper.nl krantenbank niets kunnen vinden]


'Brandweerman verdient eerherstel na 40 jaar'

EINDHOVEN - Veertig jaar na de rampzalige brand in hotel 't Silveren Seepaerd in Eindhoven probeert een aantal brandweermannen eerherstel te krijgen voor een inmiddels overleden collega. Bij de brand op 28 september 1971 kwamen elf mensen om het leven.

Ondanks veel onderzoeken en rapporten zijn er nog veel vragen over de brand in het hotel aan het Stationsplein in Eindhoven. Wanneer kwam in die nacht nou precies de melding binnen? Hebben de hulpdiensten snel en adequaat genoeg gereageerd? Hoe is de brand ontstaan?

Twijfel over handelen Jan Hurks
De brandweermannen van toen zijn nu met pensioen, maar de ramp is nog een levendige herinnering. Fons Bartelen is op het moment vooral in zijn gedachten bij collega Jan Hurks, de centralist van de brandweer. Hurks is vele malen verhoord door de politie en leed erg onder de twijfels die men had over zijn handelen die bewuste nacht. "We hadden toentertijd expliciet achter hem moeten gaan staan, hem moeten steunen. Hij heeft in onze ogen geen steken laten vallen", aldus Bartelen.

Zelfdoding uit schuldgevoel
Hurks ging vervroegd met pensioen en maakte de dag erna een einde aan zijn leven. Bartelen: "Voor mij blijkt uit die zelfdoding zijn grote schuldgevoel en dat is heel triest. Eigenlijk zijn we veel te laat met onze stem maar er werd toen helemaal niet over psychische problemen gesproken. Er was ook geen slachtofferhulp in die tijd. Ik herinner me nog wel dat ik de dag erna tegen mijn vrouw zei: 'Steek de open haard maar even niet aan'. Daar had ik toen geen behoefte aan."

Duizend keer uitrukken per jaar
Terugkijkend werden de brandweermannen na de brand in 't Silveren Seepaerd weer zo opgeslokt door hun dagelijks werk dat ze geen oog hadden voor bijvoorbeeld de gevoelens van een collega als Hurks. Voor hen was het ook een afgesloten dossier.Volgens Bartelen rukten ze toentertijd zo'n duizend keer uit per jaar.

Eerherstel voor Hurks
Na publicatie van het verhaal rond het eerherstel kwamen er bij oud-brandweerman Harrie Goossens al verschillende telefoontjes binnen van oud-collega's. Ze steunen allemaal het idee dat Hurks eerherstel verdient. Omdat hij nooit officieel bestraft of geschorst is, valt er via officiële wegen weinig te bereiken. "Het feit dat er nu met respect en waardering over hem gesproken wordt, is voor mij al een prima gebaar van eerherstel voor Jan Hurks", besluit Bartelen.

Bron: vrijdag 23 september 2011
http://www.omroepbrabant.nl/?news/1618671203/Brandweerman+verdient+eerherstel+na+40+jaar.aspx

Lees ook:
De brandweermannen noemen Hurks 'het twaalfde slachtoffer van de Seepaerdbrand'. 
De dochter en de zoon van Hurks stellen de oproep voor eerherstel voor hun vader zeer op prijs.
De huidige brandweercommandant zegt in een reactie dat hulpverleners zich na een incident nooit schuldig moeten voelen als zij naar eer en geweten hebben gehandeld. 
http://www.ed.nl/regio/eindhoven/pleidooi-voor-centralist-bij-de-seepaerd-brand-1.2045635

 „Onachtzaamheid oorzaak brand Eindhovens hotel"
EINDHOVEN. 15 maart 1972 — Het onderzoek naar de oorzaak van de brand in hotel 't Silveren Seepaerd vorig jaar september is afgesloten. Gevonden feiten en omstandigheden laten volgens de officier van justitie mr. J. Pijnenburg voldoende ruimte voor de speculatie dat de brand door een simpele onachtzaamheid zou zijn ontstaan.
De trek in de grote ruimte tussen beide plafonds zou de snelle uitbreiding naar het trappenhuis in de hand hebben kunnen werken. Het onderzoek heeft in ieder geval geen duidelijke oorzaak opgeleverd.
Technische rapporten hebben niets aan het licht gebracht dat zou kunnen wijzen in de richting van een min of meer abnormale oorzaak.
Het intensieve politieonderzoek waarbij 200 tot 250 personen werden géhoord heeft evenmin resultaat gehad. Ook is niet kunnen worden vastgesteld of zich voor de brand een explosie heeft voorgedaan.
Bron: NRC Handelsblad 15-03-1972

Minister antwoordt op vragen van Kamerleden 

De leden van de Tweede Kamer, mevrouw E. Klaassens-Postma (PvdA) en dr. ir. A. P. Oele (PvdA) hebben op 28 september 1971 aan de minister van Binnenlandse Zaken de volgende vragen gesteld:
1. Wil de minister een onderzoek laten instellen naar de frequentie van de controle op de brandpreventieve maatregelen in de gemeente Eindhoven, waar vandaag een brand uitbrak met zulke tragische gevolgen? 
2. Is de minister bereid de Kamer in kennis te stellen van de resultaten van dit onderzoek?
3. Is de minister van mening dat de controle op brandpreventie in het algemeen op voldoende wijze plaatsheeft?
4. Is de minister bereid, tegen de achtergrond van de ramp in Eindhoven, een extra stimulans te geven aan de ook door hem gewenste nauwere en blijvende coördinatie op het terrein van de brandpreventie? Toelichting op vraag 4: Zie het antwoord van de minister van 21 september j.l. op vragen van de heer Oele van 17 augustus j.l. (Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer 1971, blz. 11). (oktober: 1971 „De Brandweer", blz. 232)

De minister van Binnenlandse Zaken, mr. W. J. Geertsema, heeft hierop thans het volgende geantwoord: 1. en 2. Een groot aantal instanties op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau is belast met de controle op de uitvoering en naleving van de bij of krachtens de wet gestelde veiligheidseisen en gegeven voorschriften, waarin veelal het brandveiligheidsaspect is verweven. Tal van wetten bevatten bepalingen, verband houdende met de brandpreventie; zij bestrijken uiteenlopende gebieden, waarop brandveiligheidsaspecten een rol spelen (Hinderwet, Veiligheidswet, Wet Gevaarlijke stoffen, Gemeentewet, Wet op de bejaardenoorden, Bioscoopwet, Woonwagenwet, etc.). Ik ben van oordeel dat een onderzoek naar de frequentie nog geen voldoende aanknopingspunten levert voor de beantwoording van de vraag of de controle op de brandpreventie als voldoende kan worden aangemerkt. Het is mij evenwel bekend dat bijvoorbeeld in Eindhoven door de gemeentelijke diensten waaronder de brandweer grote aandacht aan bedoelde controles wordt geschonken.

3. De controle op de brandpreventie vormt slechts een onderdeel van de totale brandpreventieve zorg. Van deze zorg is reeds meermalen onder andere door de Brandweerraad erkend dat er — landelijk gezien — meer aandacht aan moet worden besteed dan het geval is. Regionalisatie van de brandweer zal mede moeten leiden tot de gewenste verbetering die zich ook tot de controle op de naleving van voorschriften en het opvolgen van adviezen en het zonodig toepassen van wettelijke sancties zal kunnen uitstrekken.

4. In mijn antwoord waarnaar in de toelichting bij deze vraag wordt verwezen heb ik onder meer de verachting uitgesproken dat de aanpak van het preventievraagstuk door het Nationaal Brandpreventie-instituut zal leiden tot de op het terrein van de brandpreventie gewenste nauwere en blijvende coördinatie. lk zie momenteel geen aanleiding om aan de coordinatie die dit instituut zich ten doel stelt een extra stimulans te geven.
DE BRANDWEER - JANUARI 1972 - PAGINA 11