home


update datum: 10-03-2015
 

STANISLAU

ter ere van Frans de Waal (kgf  31585)
 13-11-1911 tot 26-04-1995

(krijgsgevangen 15 mei 1942 - 28 april 1945)



 Edward  J.C.  van  Hootegem  

MY  MEETING  WITH  THE  UKRAINIAN  INSURGENT  ARMY  (UPA)



 


Levensverhaal van Henk Sitter (oorlogsvlieger meidagen 1940 en krijgsgevangen Stanislau) Henk is nu 96 jaar.

Aangepaste namenlijst van alle krijgsgevangen uit Langwasser en Stanislau verwerkt. Met dank aan...(juni 2013 versie)


Nu ook met plattegrond van de kamerindeling in Stanislau

Documentaire van Bob Entrop. De vader van filmmaker Bob Entrop heeft tussen 1943 en 1945 in de kampen Altengrabow en Muhlberg a/d Elbe als krijgsgevangene doorgebracht en daar het boek Prikkeldraad over geschreven. Hij behoorde tot de grote groep militairen die in 1943 de keuze kreeg zich vrijwillig te melden of onder te duiken. Nu, 65 jaar later, spreken zes mannen tussen de 90 en 96 jaar voor het eerst, rijkelijk geïllustreerd met uniek beeldmateriaal en opnames in de voormalige kampen, over hun krijgsgevangenschap en waarom ze zich vrijwillig hebben gemeld. De filmmaker volgt het boek van zijn vader en noteert daarbij de persoonlijke verhalen van de zes hoofdpersonen die ieder hun eigen beleving en herinneringen hebben. De filmmaker ontdekt op zijn zoektocht dat deze groep militairen na de bevrijding bij terugkomst in Nederland niet met open armen is ontvangen. Net zoals zijn vader hebben ze daarom nooit meer over die tijd gesproken.
Uitzending terug kijken op http://www.nederland.tv/nederland-2/prikkeldraad.html  http://player.omroep.nl/?aflid=14123423
 

Stanislau 70 jaar geleden?

Dit jaar was een delegatie van familie en/of nabestaanden van veteranen aanwezig bij de herdenking dat het 70 jaar geleden was dat onze militairen daar werden vastgehouden. Dit jaar een unieke reis met bezoek aan Lviv en Ivano-Frankivs’k  op 22-25 maart 2012. Met dank aan  Dhr. Albert Ziëck van de “Stichting leven achter prikkeldraad”en zijn collega Marco Jacobs. Ook dank aan Dick Reefman: Defence Attaché of the Netherlands to Ukraine and the Republic of Moldova Commander Royal Netherlands Navy:
President of the Kyiv Assocation of Military Attaché’s (KAVA)

Diverse artikelen en foto's over deze reis:
http://www.krijgsgevangen.nl/joomla/index.php/stalag-371-stanislau/herdenking-stalag-371-stanislau-2012
http://www.krijgsgevangen.nl/joomla/index.php/stalag-371-stanislau/herdenking-stalag-371-stanislau-2012?id=22
http://historiek.net/tweede-wereldoorlog/voor-de-onoverwinlijke-onbedwongenen-6221
http://www.hoogenlaag.nl/_incs/unieke_reis_naar_kamp_stanislau_23766864.html
http://oorlogspost.yolasite.com/herdenking-2012.php
http://www.oekraine.org/news/137/17/Kamp-Stanislau-70-jaar
http://www.scribd.com/AVRM_Magazine_Stand/d/88145313-DK-13-2012 (laatste artikel)

EénVandaag zal een reportage over de reis maken



Contact opnemen zie bovenstaande e-mail en o.v.v Stanislau 
 

Na het overlijden van mijn moeder R. de Waal-Ijsseldijk zijn een aantal documenten van mijn vader F.G.J de Waal   tevoorschijn gekomen die gaan over zijn krijgsgevangenschap. Hieronder zijn een aantal foto's, getypte verslagen, brieven en tekeningen. Zijn gevangenschap is dragelijk geweest in vergelijking met vele die de oorlog niet hebben overleefd, maar heeft wel de rest van zijn leven een stempel op hem en ons gezin gedrukt. Inmiddels heb ik van diverse mensen veel meer informatie, foto's en tekeningen ontvangen. Een persoon heeft met veel monnikenwerk alle namen enz uitgezocht. Hiermee zijn bijna alle namen bekend, nog niet iedereen heeft een "gezicht", dus bij uw persoonlijke foto's insturen.

Over zijn gevangenschap heeft mijn vader tijdens zijn leven weinig verteld (alleen de verveling, de onderlinge cursussen en het slechte eten is mij bijgebleven), deze verslagen geven mij dan ook een blik in de wereld hoe deze Nederlandse officieren in de oorlogsjaren hebben beleefd. Veel van hun zijn weer thuis gekomen maar zullen inmiddels hoog bejaard zijn of ook overleden zijn. Maar de kinderen van deze vaders zullen de verhalen wel deels kennen of gehoord hebben.

Ik ben mijn er van bewust dat de overzichtelijkheid van de site niet optimaal is maar voorlopig ben ik nog te druk met mijn werk en andere sites. In 2015 moet ik met pensioen en ik krijg dan noodgedwongen meer tijd.

Blijft uw materiaal insturen, graag een digitale kopie (ik verzamel niet, ik herdenk), zodat dit stukje geschiedenis van de 2e wereldoorlog ook belicht wordt.

Jan de Waal (2013)

Dodenherdenking Stanislau 2009


Dodenherdenking Stanislau 2011

 


 

Bijgewerkte en aangevulde versie, door E van der Most, van Het dagboek van Soldaat Alexander Merki. Het origineel werkt bevindt zich in het NIMH (Instituut voor Militaire Historie) in Den Haag en is te downloaden via het geheugen van Nederland. Het originele is redelijk goed leesbaar, maar bevat wel veel schrijffouten wat betreft de genoemde personen en plaatsnamen,deze zijn in bewerkte versie aangepast. Hiernaast komt er nog een volledige namenlijst, wel zijn de mannen opgenomen die worden genoemd in dit dagboek en die in de Arbeitskommando’s in Graz zaten. Klik hier voor de vernieuwde versie Het dagboek van Soldaat Alexander Merki (in PDF)

Dit is een nieuwe versie van het dagboek

 

 

 

 

 

 

 

 


 


Henk H.F.J.Harcksen
 KG 7429
1901-1972


 


Unieke foto van "Kreigsgefangenenlager   Stanislau " 

bedankt: Johan van Hoppe

 


het Stanislau lied

 

 


Dagboek Kokje (bewerking en aanvulling in PDF) Binnenkort als HTML

 

 


G.L.M.H.Higly in 1924
 UIT HET DAGBOEK VAN EEN NEDERLANDSE KRIJGSGEVANGENE

Stanislau – 1942 – 1945

(deel 1 en 2)

 

 

Andere sites met informatie over krijgsgevangen:
http://www.krijgsgevangen.nl/  Deze site is van een beroepsmilitair met goede ingangen bij de KMA, de site geeft goede en veel informatie. De site eigenaar heeft belangstelling voor het onderwerp en verzamelt daarnaast originele voorwerpen uit die periode.

Een informatieve site over de gevangenschap van Henk de Pater en de briefwisseling met zijn vrouw  op:

http://oorlogspost.yolasite.com
 


Wim von Bergh 1944

Lees het verhaal van Wim von Bergh / C. C. W. von Bergh 13-12-1900 -21-08-1964. Hij is gedurende zijn loopbaan bij de landmacht in verschillende plaatsen gelegerd geweest. Aan het begin van de tweede wereldoorlog was hij Kapitein. Van mei 1942 tot juli 1942 heeft hij in krijgsgevangenschap gezeten in Nürnberg en Langwasser en van juni 1943 tot mei 1945 in Stanislau en Neubrandenburg.  Naast een aantal persoonlijke  foto's en kamp tekeningen ook een verslag van de overplaatsing der Nederlandse officieren van Stanislau naar Neu-Brandenburg waarbij veel ontbering en een aantal ontsnappingen plaats vonden.  Lees verder
Met dank aan kleinkind: Robert von Bergh

 

Quirinus Johannes Ham


1e Luitenant der Infanterie geboren te Ambt_Vollenhoven op 22 juni 1913

KG 31161
Ontsnapt uit krijgsgevangenschap
Vermoord  door "Kugel Aktion"  Mauthausen 2 mei 1944


Geëerd met een monument

 

 

 

2e luitenant bij de Kon. Marechaussee W.J. Arriëns

geboren 5 sept 1917, overleden 12 febr 2002

gevangen gezet op 15-5-1942
KG 31857, Oflag 67

Deze pagina (1-2-2010) is mede tot stand gekomen door zijn zoon: Jaap Arriëns

 

Deze pagina (1-12-2009)  is mede tot stand gekomen door zijn zoon John Mohr, als eerbetoon aan zijn vader.
A.H. Mohr  is in 1970 als kolonel van de Verbindingsdienst met functioneel leeftijdsontslag gegaan.

Eerste luitenant der Genie in 1942  Albartus Hendrik (Bert) Mohr

geboren op 4 maart1912 en op 14 september 2008 overleden

gevangen gezet op 15-5-1942

KG 313668, Oflag 67

 


 

Extra: 2e wereldoorlog: Verklaring op eerewoord

 


Keppel Hesselink, Hendrik


Geboren: Arnhem, 16-06-1887
Overleden: Stanislau, 29-09-1942

Luitenant-kolonel Keppel Hesselink overleed in het krijgsgevangenkamp Stanislau in Oekraïne.
 

Ontsnapping uit Duitse krijgsgevangenschap door

Luitenant ter zee der lste kl. H. Isbrucker op 17 Januari 1944.


 

Lees dit  30 pagina's spannende verslag

Het verhaal raakt een aantal historische raakvlakken: Verzet van Nederlanders in Berlijn, de ontsnapping van Prof. de Haas, Engelandvaarders, het verraad van King Kong alias Lindemans, Els Boon, het verzet en het onderduiken in Nederland, Het Oranjehotel en natuurlijk Stanislau waar bijna alle Nederlandse officieren gevangen zaten. In 1948 ontmoet H. Isbrucker zelfs Prinses Juliana, de latere koningin van Nederland

 


 

 

Map met reproducties van crayontekeningen van Krijgsgevangenschap in Langwasser, Stanislau en Neu-Brandenburg Mei 1942 -juni 1945

Uitgegeven april 1948 door het Ministerie van Oorlog een map met reproducties van crayontekeningen van kapitein van Dulmen Krumpelman






Klik hier voor de prenten.
Met dank aan
Ir.D.H.G.Brethouwer voor de beschikbaarstelling en al het type- en voor het scannen van de tekeningen (teekeningen zoals men in 1940 schreef).

Reünie KGF  1975:  1942  -  1945  DEELNEMERSLIJST

 

O.a. veel materiaal van de familie Stam. Ook Ine Wilbrink stuurde een foto in. Paul van der Brugh stuurde een foto van zijn vader. Hiernaast van is M. van Veldhuisen in het bezit van een Stanislau kistje.
In oktober 2007 nam
Marina Kochen-Raebel contact op om te melden dat haar vader Kolonel b.d. Marinus Raebel samen met mijn vader  (F. de Waal) op een foto staan en tevens stuurde zij nog de levensloop van haar vader. Deze is hier te lezen

Eric van der Most heeft een Stanislau-kistje met inhoud gevonden bij de kringloop en raakte geïnteresseerd naar de achtergrond en eigenaar, zie de foto's  
Ir.D.H.G.Brethouwer


H. KEPPEL HESSELINK


G.J. POTGIESER


A.J.J.M. LOHMEIJER


P.M.W.J. van der SLIKKE

Officieren en cadetten die met succes uit krijgsgevangenschap ontsnapten
of gedood zijn over overleden zijn in KG

 

D.H.G. Brethouwer
Gegevens
D.H.G. Brethouwer
03 - 06 - 1898 / 1 -01 - 1979
Deze pagina is mede tot stand gekomen door zijn zoon
Ir.D.H.G.Brethouwer

 

 

 


Mijn vader staat tweede van links op de Diderich ingestuurde foto.


A.G.A. Vermeulen, tekening gemaakt door G.Ruygrok. 


Mijn moeder staat afgebeeld bovenste rij geheel links (Gerda Vermeulen-Snel)

 

Willem Gerardus Antonius Schoenmakers
KG 31766

Gegevens van mijn oom:
Willem Gerardus Antonius Schoenmakers.
14 - 04 - 1892 / 22 -04 - 1974.
Deze pagina is mede tot stand gekomen door zijn nicht Henny de Swart - de Leur.

 


 

De zoon van A.O.H.Tellegen stuurde een aantal foto en achtergrond informatie over zijn vader (speciale pagina's)


Ik beschik over een aantal brieven die mijn vader aan mijn moeder schreef vanuit Stanislau. Mijn broer R.J.Tellegen  beschikt over een uitgebreid archief van mijn vader uit Stanislau. Hierin is ook een tekening van het lazaret van het kamp..

Mijn vader werd op 23 october 1943 gefusilleerd bij Bloemendaal en hij ligt begraven op de Erebegraafplaats in Overveen Mijn moeder die ook gevangen heeft gezeten is in 2004 gestorven. Zij zijn beiden begiftigd met Yad Vashem onderscheiding. Zoals u zult begrijpen heeft deze familiegeschiedenis ons als kinderen zwaar getraumatiseerd.


Met vriendelijke groet,

J.W.Tellegen.

 


 

Ook Koos Diderich stuurde een hele verzameling van zijn vader met erg veel beeldmateriaal en achtergrond gegevens. Hij heeft ook een aantal tekeningen gemaakt van zijn gevangenschap. Bekijk deze op een aparte pagina.

 

Wim Sluiter heeft van zijn oom D. Huiting veel materiaal over  Stanislau geërfd, hiervan is een aparte pagina gemaakt [klik hier]


 


In oktober 2007 nam Marina Kochen-Raebel contact op om te melden dat haar vader Kolonel b.d. Marinus Raebel samen met mijn vader  (F. de Waal) op een foto staan en tevens stuurde zij nog de levensloop van haar vader. Deze is hier te lezen
 
 

 

Bijdragen van Dick Koster over Majoor-vlieger Frederik Raland, klik hier voor de informatie


Hieronder het materiaal gestuurd door Matthijs Jansen over zijn opa W.H. Staphorst, bekijk de aparte pagina

Mijn opa, vaandrig W.H. Staphorst, heeft ook in Stanislau gezeten en wij hebben bij mijn ouders thuis veel foto's, kaarten en brieven die wellicht interessant zijn.  Ik ben natuurlijk enorm benieuwd naar kennis van mensen die mijn opa gekend hebben en/of mensen die informatie over hem hebben. Gezien het feit dat mijn opa nooit heeft gesproken over zijn tijd daar is dit de enige manier om toch wat te weten te komen. Overigens ben ik twee jaar geleden in de Oekraine geweest Stanislau te bezoeken maar ik heb daar weinig teruggevonden. Naar ik begrepen heb zijn ze eerst in een theater geplaatst waar vanuit ze zijn overgebracht naar een kamp en enkele zelfs zijn ontsnapt. Over mijn opa (Overste W.H. Staphorst):
Hij is geboren op 4 juni 1917 en op 6 april 1982 overleden. Zijn ouders woonde in Overveen. Vlak voor de oorlog verloofde hij zich met mijn oma; G.E.M. Mattaar (Truus). Bijna alle post vanuit Stanislau was aan haar en zijn ouders gericht.

Met het uitbreken van de oorlog werd mijn opa op de Grebbeberg ingezet waar een verslag over staat op http://www.grebbeberg.nl/bibliotheek/data/rapport.php?rap_id=1397&view=0

Klik hier voor al het fotomateriaal, menukaarten en spotprenten


Stanislau Kerstmis 1943

Erik de Bruin (H.E.W.M. de Bruin) e-mail op 28-1-2007 de volgende vragen, op 23 Feb 2007 heeft hij zelf een aantal oplossingen gevonden, zie verhaal onder de foto.

Ik kwam per toeval op de site over Frans de Waal terecht. Ik kende de naam "Stanislau" al uit Leo de Hartog's "Officieren achter prikkeldraad"en was mij dus niet onbekend.Ik kwam onlangs in het bezit kwam van een officierskistje, herkenbaar als het model voor officieren van voor 1940 met de tekst
Stanislau GEF 30479
J (of 'U') WH Hamilton of Silvertonhill
Stalag 371/1. Komp. Zimmer 223
 
Voor zover ik kan beoordelen is de kist echt. D.w.z. het model en materiaalsoort is als gebruikelijk voor de oorlog, de slijtage en leeftijd van het oud is conform hout van pakweg 70 jaar oud. De in de binnenzijde aangebrachte lederen riemen (om de inhoud op z'n plaats te houden) zijn duidelijk herkenbaar als lederen militaire riemen (23 mm breed met sierrand) De vorige eigenaar had de kist dertig jaar in z'n bezit en wist te vertellen dat de kist daarvoor bij zijn vader in een antiekwinkel had gestaan. De naam 'Hamilton of Silvertonhill' is een bestaande naam. Dit Nederlandse (en van oorsprong schotse) geslacht heeft reeds vele militairen voortgebracht, waaronder K.N.I.L.-officieren en één van de oudcommandanten Bronbeek.
Vandaar mijn vragen:
  1. Wie was dhr. J (of 'U') W.H. Hamilton of Silvertonhill? Zijn rang, legeronderdeel etc.
  2. Wat is zijn verhaal vanaf 1940? Erewoord geweigerd heeft hij waarschijnlijk niet gedaan op 14 juli (zijn naam ben ik niet tegengekomen bij de zg. Colditzgroep) Later afgevoerd, in 1942?
  3. Op welke wijze is hij gerepatrieerd?

Middels prof. dr. A. Bosman, voorzitter van de Vereniging Historische Militaria,  ben ik meer te weet gekomen over de bewuste kist waarover ik laatst schreef.
Betrokken officier, J.W.H. Hamilton of Silvertonhill (HvS) was reeds zestig toen de mobilisatie begon (* 6 mei 1879) Op 2 juni 1932 werd hij bevorderd tot zijn huidige rang van Luitenant-kolonel der Jagers. Zijn functie was op het stafbureau van de 1e divisie.
De overste heeft een aantal buitenlandse onderscheidingen op z'n naam staan, waar onder een van Japan (!). In de meidagen dient hij nog steeds in vermelde functie. Net als vele andere officieren tekent hij op 14 juli 1940 de verklaring van Eerewoord. Twee jaar later, als alle andere officieren weer worden opgeroepen, zit ook HvS daarbij. Op de bewuste 15 e mei 1942, hij is dan net 63 geworden, wordt hij afgevoerd naar Oflag XIIIB Nürnberg. Hier wordt een (teruggevonden!) Personalkarte van hem aangemaakt. Hierop staan tevens gegevens van zijn ouders (beiden overleden), zijn woonadres en zijn vrouw. Het krijgsgevangennummer komt overeen met dat op de kist, 30479.
Op 2 augustus 1942 wordt hij overgebracht naar Stammlager 371 te Stanislau. Zijn kaart vermeld echter dat dat niet van lange duur is geweest. Zonder opgaaf van reden wordt de overste op 8 december 1942 gerepatrieerd. Waarschijnlijk (??) is de leeftijd daarvoor de oorzaak. Hoe de overste thuis is geraakt is niet teruggevonden. Verdere geschiedenis van de overste ontbreekt.

 

Ida Vreeken stuurde het bericht op 5-3-2007: Op een rommelmarkt heb ik een bijbel gevonden met het stempel bibliotheek des stalag 371, met een
lijstje American Red Cross Standard Package no. 8.
Op het schutblad is met potlood diverse aantekeningen gemaakt waaronder de naam G. Bakker,gev. nr 30362 Stanislau 4.1142/20.12.42. ook staat er wat mij zeer bevreemd Prof. P. Lieftinck, Esschenlaan 22, Rotterdam.
Er staat ook nog Afd C Bur 1 no 321 24/8/44 1 dag. uniform compl.1 pet, 1 das. Gezien de verdere datums is deze bijbel waarschijnlijk door meerdere mensen gebruikt.

Ik heb geen belang bij deze bijbel, maar kon hem ook niet op een rommelmarkt laten zwerven. En kunt U mij meer over het schutblad vertellen. Hartelijk dank voor uw aandacht.

Ida Vreeken.

 

From: "Frans Brackel"  ontvangen op: 8 Dec 2005


 

Beste Jan, 

Ik las dat uw vader in het kamp Stanislau heeft gezeten en u daar over informatie aan het verzamelen bent. Helaas zijn nagenoeg alle Nederlandse officieren die daar gezeten hebben overleden. Mijn vader Frans Jozef Gerard Brackel geboren 14 oktober 1914 leeft nog. Hij heeft ook in Stanislau gezeten en daarna in Neubrandenburg  hij is een aantal malen uit diverse kampen ontsnapt.
Als u meer informatie zou willen verkrijgen over het leven etc. in Stanislau kan mijn vader het nodige vertellen. Hij is ondanks zijn leeftijd, 91 jaar, nog zeer helder van geest en weet zich zeer veel details te herinneren.
 

 

Abel de Jong heeft op diverse plaatsen materiaal gevonden o.m. een Trouwakte in Stanislau (trouwen met de handschoen) en een speciaal kistje

 

 

K.G.A. Feist

Deze pagina is mede tot stand gekomen door Elfriede Arriëns, als eerbetoon aan haar grootvader K.G.A. Feist
Na de oorlog heeft mijn opa bij het van Heutsz regiment gediend alwaar hij in 1973 als overste met pensioen is gegaan.

 

Hieronder het verhaal over de Nederlandse officieren in krijgsgevangenschap


 

Bekendmaking
----------------------
Op last van den Deutschen Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden deel ik U mede
De Fuhrer van het Duitsche Rijk heeft, na de capitulatie van de Nederlandsche Weermacht, in Mei 1940 gelast, dat de leden dezer weermacht niet meer als krijgsgevangenen behandeld maar vrijgelaten zouden worden. Dit geschiedde in de veronderstelling, dat zij het in hun gestelde vertrouwen waardig zouden blijken. ln den laatsten tijd hebben echter leden der voormalige Nederlandsche Weermacht van deze grootsche schikking misbruik gemaakt en deelgenomen aan allerlei duitsch vijandelijke handelingen. Voormalige officieren en aspirant-officieren zijn daarbij in grooten getale betrokken geweest. Inzooverre zij destijds op eerewoord werden vrijgelaten, hebben zij daarmede tevens hun eerewoord gebroken.
Het opperbevel van de Duitsche Weermacht heeft zich daarom genoodzaakt gezien, de vrjlating van de voormalige Nederlandsche beroepsofficieren op te heffen om hen op nieuw in verzekerde bewaring te nemen. Deze maatregel treedt onmiddellijk in werking.
Zij zijn dus terstond weer geheel en al onderworpen aan de bevelen en voorschriften geldende voor krijgsgevangenen,.inzonderheid aan de voor krijgsgevangenen gebruikelijke beperking van de persoonlijke vrijheid.

Nederlandse militairen moesten zich regelmatig melden op diverse punten in het land. Hierna konden zijn weer terug naar huis, echter op 15 mei 1942 werden zijn onverwachts vastgezet en krijgsgevangen gemaakt. Deze mededeling kreeg de familie thuis. Dit is de tekst van de ommezijde (ommestaande) van het stencil dat achterblijvers thuisgestuurd kregen.

 

 

Over zijn gevangenschap heeft mijn vader tijdens zijn leven weinig verteld (alleen de verveling, de onderlinge cursussen en het slechte eten is mij bijgebleven), deze verslagen geven mij dan ook een blik in de wereld hoe deze Nederlandse officieren in de oorlogsjaren hebben beleefd. Veel van hun zijn weer thuis gekomen maar zullen inmiddels hoog bejaard zijn of ook overleden zijn. Maar de kinderen van deze vaders zullen de verhalen wel deels kennen of gehoord hebben.

De teksten zijn 3 verschillende getypte stencils. De eerste beschrijft in eerste periode, is 3 kantjes lang. Het  2e verslag bestaat uit vijf kantjes tekst en gaat vooral over het verblijf in Stanislau (" reis Nürnberg tot Stanislau en verblijf" ). De laatste tekst (is in de ik-vorm geschreven) is een pagina lang en gaat over "verslag Stanislau naar brandenburg 1944". Het zijn geen persoonlijke teksten maar samenvattingen van belevenissen van diverse krijgsgevangen, op basis van de brieven die men schreef. De teksten staan voor het merendeel in de originele spelling. Hiernaast heb ik nog een 40 tal persoonlijke brieven en kaarten gevonden, waarvan ik de komende periode stukken uit zal citeren om een sfeer van het gevangen leven te schetsen.
Ook zal ik uit de boeken en de gepubliceerde verslagen over deze periode het geheel verder aanvullen. Ik verwacht dat eind 2005 hetgeen ik op internet wil zetten er ook staat. Wie aanvullingen heeft kan deze e-mailen het adres op de homepage van deze site www.eindhovenfotos.nl.

Gelukkig heb ik in een van de brieven de  naam van de tekenaar gevonden die een deel van de schetsen van Stanislau en van mijn vader heeft gemaakt. Het is Kapitein J.G.H. Holsheimer. Hij was in 1940 ingedeeld bij het 4e Regiment Huzaren in de functie van Paardenarts der 1e klasse. (met dank aan de aanvulling van de initialen bron: http://www.grebbeberg.nl)

 

 

 

Op 11 mei 1942 werd in de avondkranten geannonceerd dat (aspirant-) beroepsofficieren die in mei 1940 in actieve dienst waren geweest zich de 15e daaropvolgend moesten melden bij kazernes in Assen, Ede, Bussum, Roermond dan wel Breda

.


BINNENLAND AANMELDINGSPLICHT. VOOR BEROEPSOFFICIEREN, CADETTEN EN ADDELBORSTEN VAN DE VOORMALIGE NEDERLANDSCHE LAND- EN ZEEMACHT, DIE OP 10 MEI 1940 IN ACTIEVEN DIENST WAREN.
Dagblad van het Zuiden voor Eindhoven, Meierij, Peel en Kempenland Datum: 12-05-1942  (verjaardag mussert stond ernaast) Dit soort berichten viel onder verplichte tekst

 

Nagenoeg alle betrokkenen voldeden aan deze oproep. Uitgezonderd enkele categorieën - leden van de NSB of WA, kaderleden van de Nederlandse Arbeidsdienst - werden allen, in totaal 2727 militairen, in krijgsgevangenschap

afgevoerd. Dit gebeurde op directe order van Hitler, omdat Nederlandse beroepsofficieren in OD verband in het verzet actief waren geweest.1

 

Deze groep beroepsmilitairen werd als krijgsgevangenen afgevoerd naar o.m. Stanislau. Aangevuld met 140 reserveofficieren -deze waren in Nederland ondergedoken maar ontdekt -werd de aldus uitgebreide groep in januari 1944 overgebracht naar Neubrandenburg. Mei 1944 werden 350 personen overgeplaatst naar Tittmoning. In januari 1945 werden in Neubrandenburg nog eens 500 reserveofficieren vanuit de buurt van Lissa overgeplaatst naar Neubrandenburg. 2  

Het kamp bij Neubrandenburg werd op 28 april 1945 door Russische troepen bevrijd.3

1 L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (14 delen, 's-Gravenhage, 1995) V,hoofdstuk 12.

2 De Jong, Koninkrijk, VIII, hoofdstuk 2.

3 De Jong, Koninkrijk, Xb,1184.

 

 

PWX BRANCH SHAEF

Op 28 september 1944 verplaatste lt-kol E.M.A. Suylen zijn bureau, dat bovengenoemde naam droeg, naar het vasteland.

Zijn opvolger, de reserve-kolonel der infanterie J.A.G. van Andel, nam op 20 maart 1945 zijn taak over als hoofdverbindingsofficier bij G 1 Division bij PWX Branch SHAEF Main. Hij werd belast met de repatriëring van Nederlandse krijgsgevangen militairen in Duitse handen, voor zover zij zich bevonden in gebieden ressorterend onder SHAEF. Hij was toegevoegd aan SHAEF en verplicht bevelen en aanwijzingen te volgen welke hem door of vanwege de opperbevelhebber van de geallieerde expeditionaire macht werden gegeven. De hoofdverbindingsofficier was verplicht alles te doen hetwelk het belang en het welvaren van de Nederlandse krijgsgevangen in welk opzicht ook kon bevorderen. Zijn taak strekte zich speciaal uit over hun verzorging in de krijgsgevangenkampen, hun spoedige evacuatie naar het vaderland, eventuele plaatsing in transitkampen, voorziening met voedsel, kleding, rookgerei, versnaperingen, lectuur, hygiënische verzorging, kortom alles wat hun geestelijk en lichamelijk welzijn betrof in de ruimste zin.


Behoudens zijn verantwoordelijkheid aan de opperbevelhebber was de hoofdverbindingsofficier rechtstreeks verantwoordelijk aan de minister van Oorlog. Met ingang van 1 juni 1945 werd de hoofdverbindingsofficier onder bevel gesteld van de chef staf Militair Gezag en werd zijn instructie gewijzigd. (MB van 31 mei 1945, nr. 970 P). De Dutch Liaison Section PWX werd op 21 november 1945 geliquideerd.

Nederlands Reception Center te Godinne, België

NEDERLANDS RECEPTION CENTER TE GODINNE, BELGIË

Omstreeks 10 mei 1945 werd het Nederlands Reception Center (Nederlands Ontvangstcentrum Krijgsgevangenen) te Godinne geopend onder leiding van kampcommandant majoor J. de Kruijff. Daar ter plaatse had men de beschikking gekregen over enkele villa's, gelegen op de rechteroever van de Maas. Er was plaats voor 700 personen en vanuit Godinne werden de ex-krijgsgevangenen doorgevoerd naar Breda (officieren) dan wel Tilburg (onderofficieren en manschappen).

 

Op 1 juli 1945 werd het Nederlands Ontvangstcentrum Krijgsgevangenen te Godinne op last van de Belgische regering gesloten. Het registratiebureau Nederlandse Krijgsgevangenen te Brussel werd met ingang van 15 augustus 1945 opgeheven.

 

Centraal Indeelingsbureau Koninklijke Landmacht

CENTRAAL INDEELINGSBUREAU KONINKLIJKE LANDMACHT

Het Centraal Indeelingsbureau Koninklijke Landmacht (voortaan: CIKL) werd ingesteld op 15 januari 1945 nadat de behoefte werd gevoeld de indeling van oorlogsvrijwilligers, vrijwilligers op de voet van gewoon soldaat, reserve- en dienstplichtigen en wederom in werkelijke dienst hersteld beroepspersoneel in bevrijd Nederland door een centrale instantie te doen regelen. Aldus speelde het instituut ook een rol bij de eerste opvang van terugkerende krijgsgevangenen.

 

Tot hoofd van het CIKL werd generaal-majoor A.A. van Nijnatten benoemd. Hij stond rechtstreeks onder de bevelen van de minister van Oorlog. Voordat personeel (opnieuw) kon worden aangenomen moest de betrokkene een geneeskundigen betrouwbaarheidsonderzoek ondergaan.

 

Het CIKL werd opgeheven per 1 januari 1946 onder gelijktijdige instelling van het

afwikkelingsbureau onder dezelfde naam. Dit bestond tot 1 maart 1946.

 

Het boek "de zak met vlooien" beschrijft de aanloop tot de krijggevangenschap, hieronder de eerste pagina's van dit boek

 

Het voorspel

 Op 15 juli 1940 werd het Nederlandse Leger door de Duitsers naar huis gezonden, nadat ons - het beroepskader - een zogenaamde ,erewoordverklaring" ter tekening was voorgelegd.

Door ondertekening van deze verklaring verplichtten wij ons geen stoute dingen tegen Adolf en diens Derde Rijk te zullen ondernemen. Volgens een circulaire van de toenmalige Nederlandse Legerleiding was er tegen het tekenden van dit pamflet geen bezwaar. Alleen een kleine groep officieren tekende niet en verdween direct in krijgsgevangenschap. Dit waren voornamelijk officie­ren van het toenmalige Koninklijk Nederlands-Indische Leger, die tijdens het uitbreken van de oorlog toevallig in Nederland vertoefden. Deze groep zou later bekend werden als de ,Colditz-groep", genoemd naar het eerste kamp waarin zij werden opgeborgen.

De overgrote meerderheid tekende echter wel en werd door de Duitsers naar huis gezonden met de boodschap : ,Zo nu en dan zullen wij jullie nog wel eens oproepen om jullie neuzen te tellen en wee je gebeente, als je inmiddels lelijke streken uithaalt."

Zo werden dan ook in 1941 alle beroepsofficieren eenmaal opgeroepen om zich te melden. Dit geschiedde op vele plaatsen in het land in alle mogelijke lokaliteiten.

We leverden braaf een pasfoto in benevens de nodige gegevens omtrent adres, werkkring, enz. We dronken met diverse oude bekenden een kop toen al vrij beroerde koffie en gingen weer naar huis.

In de val

Begin mei 1942, ongeveer een jaar later, verscheen er plotseling in de kranten opnieuw zulk een oproep, enige dagen later gevolgd door een opgave van extra treinen voor diegenen, die zich melden moesten. Geheel onverwacht kwam deze oproep niet. Er hadden reeds enkele weden koppige geruchten de ronde gedaan over het eventueel oppakken van officieren, maar ach, er werd toen al zo ontzettend veel gekletst, dat het bijna ondoenlijk was waarheid van gerucht te onderscheiden.

Razzia's waren ons nog vreemd. De „joden-ster" was ingevoerd; de studenten hadden gestaakt als protest tegen de uitsluiting der joodse studenten en de ondergrondse organisaties begonnen te groeien, waarbij door vaak onvermijdelijk dilettantisme reeds enkele rake klappen waren gevallen en de eerste doodvonnissen waren voltrokken. Maar massale arrestaties hadden wij nog niet meegemaakt.


In 1942 op 25 juli was het voor Joden verboden om een telefoonaansluiting te hebben. 
Een voorbode voor naderend onheil.

 

Dit is dan ook wel de voornaamste reden waarom wij er met ca. 2000 man zo grandioos intoerden.

Hoewel ik de situatie eigenlijk niet vertrouwde, vooral omdat we ons ditmaal in een aantal grote kazernes moesten melden, vertrouwde ik mijzelf wellicht te veel en dacht: ,Ach laat ik maar eens gaan kijken, als het niet pluis is, merk ik het gauw genoeg en is er nog tijd genoeg om geruisloos te verdwijnen." Bovendien kon ik toen nauwelijks geloven, dat de mof op zo'n onelegante wijze zijn slag zou staan. Ik verwachtte, dat men ons na de melding rustig zou laten vertrekken, om ons aan de hand van de recente gegevens enige nachten later in alle stilte van ons bed te lichten.

Stom... ja, nu achteraf, nu we de Duitsers kennen, kan ik me de haren nog wel uit mijn hoofd trekken, maar toen... Hoe dan ook, we gingen. Toen we eenmaal het eerste hek van de Chassee-kazerne in Breda gepasseerd waren en overal de moffen keurig op een rij stonden om ons de weg te wijzen, ' werkte m'n zevende zintuig... en keerde ik op mijn schreden terug. Helaas 'te laat! „Es gibt hier kein Zuruck!" Ik mocht er niet meer uit!

En zo werden we de grote exercitiehal binnengeloodst. Met zo'n 800 man van jong tot oud stonden we daar, wachtten een uur, twee uur, drie uur... en mochten ook hier de deur niet meer uit. Eindelijk nestelde zich achter eon rij tafels een aantal Duitsers. Een bruine rakker van de S.A. klom op een tafel en zette een enorme muil op om ons te vertellen, dat we snel in rijen achter deze tafels moesten gaan staan om onze papieren te tonen - „Zur Meldung!" Kerel wat kon die aap schreeuwen: ,Als het niet Augger ging moesten we voor straf de hele nacht daar blijven en mochten pas de volgende dag naar huis!" Zo hebben ze tot het laatst de komedie volgehouden. Op hetzelfde moment zagen we door de ramen, dat een stel piepjonge Fall­schirmjager met mitrailleurs het gebouw omsingelde. We waren mieters de sigaar !

Inmiddels was er nog een andere grappenmaker op een tafel geklommen, die ons in een hartroerende speech vertelde, dat we toch zulke akelige kerels waren; dat bij de laatste strafprocessen gebleken was, dat de Nederlandse officieren hun erewoord gebroken hadden en dat daarom de ,Grossmiltigkeit" van de Fuhrer nu ten einde was (!). . . en dat wij daarom in krijgsgevangenschap gevoerd zouden werden.

Nou daar stonden we dan. Hier en daar gingen er een paar van hun stokje en verder wachtten we vol spanning op de dingen die komen zouden. Allereerst werden er enige groepen van 50 collega's opgeroepen, die door een zijdeur werden afgevoerd. We ontdekten al spoedig de nodige ,bekenden" hieronder, lieden met N.S.B.-speldjes, nieuw-benoemde burgemeesters e.d. en het was dus wel duidelijk wat dit voor klanten waren. Maar er waren wel grote verrassingen bij. Collega's van wie we nooit verwacht hadden dat zij aan de verraderskant terecht zouden komen. Enfin, later zouden we op dit gebied nog wel kwalijker dingen meemaken.

Vervolgens moesten wij onze ,papieren" inleveren, we mochten onze huis­sleutels en ons geld in een envelopje doen en... gingen door met wachten. We mochten desgewenst, omgeven door een heel cordon van Germaantjes, een plasje gaan maken en daarbij zette ik m'n eerste schrede op het pad, dat ik later met volle toewijding zou volgden, namelijk het gappen van alles wat ,des mofs" was. Hier begon het schuchter met het meepikken van een rol closetpapier, waar we later na de koolsoep maar al te gelukkig mee waren !

Tenslotte volgde de uittocht uit Breda. Een eindeloze colonne in rijen van vijf. ,Zu funfe, zu funfe, aufgehen, aufgehen !" (kreten die we in de komende jaren nog duizenden keren zouden horen).

Straten vol op een afstand gehouden, wuivende bevolking en tenslotte het station, waar de trein klaarstond richting Oost - personenrijtuigen - luxueuzer dan we het later zouden krijgen, maar... in iedere coupe kwam een Duitser ter bewaking. Dit, en de volkomen overdondering zijn dan ook wel de hoofdoorzaken, dat er bij dat eerste transport zo heel weinig knapen hebben weten te ontsnappen. Alleen de kapitein Chris Tonnet is het gelukt met een meesterlijke snoekduik door een open couperaam van de rijdende trein - nog op Neder­landse bodem - weg te komen.

 

Volgens de heer P.a.de Hoo is de zin "Alleen de kapitein Chris Tonnet is het gelukt met een meesterlijke snoekduik door een open couperaam van de rijdende trein - nog op Nederlandse bodem - weg te komen" Volgens hem niet de correcte weergave.

Kapitein Chris Tonnet vocht in de meidagen 1940 op en om Valkenburg. Met hem vochten andere officieren op en rond de vuurhaarden, Rotterdam, Den Haag, Valkenburg. In dit verband is in de Telegraaf van 6 mei 2006 een interview geplaats wat ik had omtrent Luitenant de Metz die op 15 mei 1940 daarbij het leven liet. Velen kenden elkaar, zo ook Kapitein Piet Dregmans, de latere secretaris-Generaal op Defensie. Tijdens de oorlog was hij (Dregmans) (en met hem vele andere officieren) door mijn vader (officier Marine) die hoofd van de distributie was, ingedeeld bij die dienst om wegvoering in krijgsgevangenschap te voorkomen. Dat lukte slechts voor een beperkte groep uiteraard.
Toen Tonnet weggevoerd werd, is via P. Dregmans en via mijn vader, 4 maal 50 Kilo suiker betaald aan de Duitse eenheid die met de wegvoering zou worden belast. Dit met het vooraf afgesproken doel om Tonnet de gelegenheid te geven te vluchten. Tonnet heeft geenszins een snoekduik gemaakt door een raam. Wat er gebeurde is, is het volgende.
Tonnet werd op enig moment toegestaan naar de WC te gaan. De bewaking die bij WC-gang bestond uit 2 man (!) heeft hem daarbij nabij het balkon bewust alleen gelaten terwijl men de balkondeuren van de trein open had gedaan. Dit gebeurde op het moment dat de trein zich in beweging zette op een stille en niet zichtbare zijde van de trein.Omtrent een en ander bestaat geen enkele twijfel.
Het "vluchtverhaal" is logischerwijze wellicht door Tonnet zelf of anderen erg geromantiseerd om de gevoelens van onmacht toch kleur te geven. Ten overvloede wijs ik u op de naam Lt.Kol. Tonnet kazerne in het Harde.

Met vriendelijke groet,
P.A. de Hoo

 

Ook de luitenant-ter-zee Bussemakers en de kapitein Van de Wall Bake wisten uit de trein te komen, maar helaas pas bij Duitse stations, waar zij dan ook direct weer opgepikt werden.

En zo begon het moeizame proces van omschakeling van braafburgerlijke Nederlandse staatsburger tot doorgewinterde, gewiekste en hondsbrutale gevangenisboef. 

 

 

 

Verslag 1 (verslag van 3 pagina's)

 

Samenvatting van verschillende verslagen over de aankomst en het verblijf in de eerste twee weken van de ca, 2000 Nederlandsche krijgsgevangenen, die op 15 mei 1942 uit Nederland naar Duitschland werden gevoerd.


Deze brief kregen de achterblijvers : Ik ben in Oflag XIIIB, Teillager z.b.V., Nurnberg, aangekomen en ben gezond. Als gevolg van de ...
Bericht dat Henk Stam stuurde naar zijn gezin.

 

 ----------------­

Zondagnacht ca. 1 uur bereikte men de stad Nürnberg, thans " De stad der Rijkspartijdagen" genoemd. Het station Märzberg, dat ongeveer 10 minuten sporen van Nürnberg afligt, was het einddoel. De coupe's der derde en vierde klas wagons, waarin men de lange en vermoeiende reis had gemaakt, bleven nog gesloten en de nacht werd daarin verder doorgebracht. Om 8 uur werd men ver­lost om in marschorde aan te treden en naar het kamp te loopen, Rechts en links bewakingsposten. De oppervlakte van dit reusachtige kampgebied loopt van Nürnberg tot Munchen en bevat ca. 60,000 personen,

 

Om de stad Nürnberg liggen 9 kampen, o.a. een met Russische vrouwen, een met Serven en dat daarnaast is van onze menschen. Alle 2000 zijn daar bij elkaar. Het tramp ligt op een hoogvlakte en de zon kan er zeer schel zijn, zoodat een zonnebril dan gewenscht is. Natuurschoon ziet men niet, geen boomen, het is alles barakken en prikkeldraad; geen vlaggen.

 
Duitse persoonskaart van F. de Waal  31585

Het  kamp is in twee blokken verdeeld, gescheiden door prikkeldraad, doch aan de uitgangen zijn doorgangen gemaakt. Blok II grenst aan het Servische kamp.
In de eene helft zijn 800, in de andere helft 1200 man, De eerste barak bevindt zich in blok I; de barakken liggen in twee rijen. In het midden bevinden zich de latrines en aan het einde de keukenbarakken. Aan de buitenzijde aan elke kant een weg, die aan het tramp der Serven loopt is nu verboden terrein geworden, omdat het contact te nauw scheen. De andere langs blok I wordt Wilhelmina Boulevard genoemd. Tusschen de barakken maakt men tuintjes.


Nurnberg_langwasser

Een kerkgebouwtjes is er niet, openluchtsamenkomsten: Boulevard Wilhelmina. Het lazaret bevindt zich buiten het kamp, evenals de ware douchegelegenheid.
De Duitsche kampcommandant is Oberleutenat Freiherr von Imhoff en de Stell­vertreter…..Bischoff; met den laatst heeft men prachtisch tedoen.
 

De Hollandsche contactofficieren van den generale staf zijn de kapiteins Fievez en Toet. Hoogste officier in  rang in het tramp is Vice-Admiraal Scheuder, 

In blok I is ........commandant. In blok II is Overste De Jong commandant. 


Nurnberg-langwasser Block 2 Die Serben

De generaals hebben een of zonderlijke barak en evenzoo de kolonels. Men betrok verder de barakken willekeurig; niet volgens rang en stand. Toch zijn de adelborsten en cadetten nu afzonderlijk, zodat ze meer onder elkaar zijn en zich beter aan hun studie kunnen wijden. Voorlopig is dit overal nog moeilijk, want steeds komt iedereen een praatje maken.

Inrichting barakken

Het kamp was bij aankomst nog niet voldoende ingericht, zoodat men de eerste nacht in een tentenkamp in de buurt op den grond moest slapen. Het regende en de grond was nat.


Nurenberg-langwasser "zimmer frei" 1942

In elke barak is plaats voor ca. 90 man. De bedden langs de wand van de barak staan met 3 stuks op elkaar. In het midden tafels en banken zonder leuningen; kastjes niet aanwezig. Valiezen onder het bed. De jongsten slapen bovenin; wanneer zij zich omdraaien, schudt de rest. Op de staaldraadmatras rust de houtwolmatras met dito kussen van een soort papieren overtrek voorzien. Tegen het stuiven is een blauw geruit sloop en men zal graag van thuis nog een eigen kussensloop ontvangen. Twee dekens, soms een enkele wollen deken ertusschen en geen lakens. Tegen Augustus zal men een dikke wollen deken moeten zenden. De nachten zijn er nu al koud. Het kamp is niet voor de winter ingericht, doch de Serven brachten er reeds een winter door en kwamen er goed af. Zien er zelfs goed uit.

Dagindeeling. 6.00 Reveille, 7.00 uur ontbijt ( brood 2000 gr. p.w. (per week) Boter 100 p.w, een lepel jam p.d.,) (per dag) 8 uur ochtend appel, 1200 uur een 1/2 Liter magere stampot rusten tot 2 uur ( dit wordt meestal 4 uur), 5,30 avond appel ( dit duurt meestal 2 uur lang, in rijen van 5 opgesteld, vergis­singen dan weer over, dit is zeer vermoeiend;) 6 uur soep met restjes van brood, 10 uur barakkenschlusz. Over het kamp schijnen 's nachts vier zoek­lichten. Dertig Serven wonen in het kamp voor corvee diensten. Het ruwe werk wordt hun toevertrouwd, doch men laat ze niet in de barakken ( dat kan misschien met stelen in verband staan enz. ) 

De barakken zijn van elkaar gescheiden, in het midden van het terrein en zeer primitief. Men kan daar 's nachts heen lopen , doch in rechte lijn  anders word geschoten. Een maal in de drie of vier weken is er gelegenheid voor een warme douche. Men wandelt hiervoor gezamenlijk naar een ander kamp in de buurt en wordt hiervoor ingemeld. De kranen worden door Servische officieren bediend, die onze menschen op drie sneedjes geroosterd brood en sigaretten tracteerden bij die gelegenheid, Reeds zijn twee officieren voor maagperforatie geopereerd in het lazaret door Servische chirurgen, welke operaties goed slaagden. Zelf heeft men nog weinig medicijnen en verbandmiddelen daar, Alle medicijnen ook vitamine-tabletten, zijn afgenomen en deze zijn voor z.g, algemeen gebruik in het kamplazaret. Vier officieren van gezondheid zullen achter blijven: de kamparts Ie luitenant A.O.H.Tellegen ( Den Haag), verder le Luitenant W,Bakker (Bergen op Zoom), De Wit (Harinearts) en de le luitenant W.D.Braner, (Utrecht) Voorloopig is nog Been rouleer-systeem bepaald. Chronische zieken komen waarschijnlijk terug, Majoor Itsinga en kap. v.d.Schraaf kamen met de Doktoren en Apothekers terug.

Voor de katholieken werd Zondagmorgen om 9,30 een dienst gehouden. Generaal van Munnikrede leidde deze. Kolonel Mr.Dr. J.A.Barbas deed het zelfde voor de protestanten. Dit aantal was zoo groot, dat het in de buiten lucht ge­schiedde, Na gemeenschappelijk gebed werd gezongen, daarna werd uit het Oude en Nieuwe Testament gelezen en meestal met het Onze Vader besloten. De slotzang was o.a, het Lutherlied, dat met groot enthousiasme werd ingezet. Ds.D.H.Vaandrager hulpprediker van Rotterdan-Vreeswijk en Aalmoezenier A.J.v.d. Made uit Breda zullen nog komen.

Kapitein Dr. C.L.Walther Boer, directeur der Kon. Mil. Kapelle heeft dadelijk een zangkoor opgericht, dat reeds een uitvoering gaf, o.a. een mooie vertolking van Valerius Gedenckklank, waar ook de Serven aan het prikkeldraad van genoten. Verder geeft hij muziekgeschiedenis en tracht piano's te krijgen om o.a. les te kunnen geven. Het verhaal gaat, dat de Serven het nootenschrift van onze taptoe over de draad toegeworpen kregen in een steen en daar ze blaasinstrumenten bezitten, onze taptoe bliezen. Toen volgde het Servische Volkslied en onze menschen zongen het Wilhelmus, wat hun streng arrest kostten.

Dit kistje is door Eric van der Most gevonden, klik op de foto's voor meer informatie en voor grotere afbeeldingen.
 


 

Eric van der Most heeft van Langwasser een Google-earth (2006) een opname gemaakt. Hier is helaas niet veel meer herkenbaar, mede omdat de Duitsers na de oorlog kennelijk behoorlijk hebben opgeruimd (zoals valt te lezen op de site van de gemeente Neurenberg en die van het Marsveld). Wel nog te zien is het station waar de gevangenen arriveerden. De exacte locatie van het voormalige kamp is niet meer goed te achterhalen, maar op, of binnen enkele honderden meters van het teken dat Eric van der Most op de kaart heb geplaatst.

Verder zijn er schaakspelen van blokjes hout enz. gemaakt en er wordt zelfs met de Serven geschaakt door middel van morseteekens. Ook wordt er gebridged en er is gelegenheid les te nemen  in alle moderne talen, want meerdere officieren M.O. Akte. Sport is nog te vermoeiend door te weinig voedsel.

Per 10 man per barak schilt men onder kapitein G,A,Geel ( Artillerie) de aardappelen. Ook de Hoofdofficieren doen dit werk mee. Groenten desgewenscht De 2e luitenant vegen de barakken aan. Het koken wordt door de 2e luitenant cadetten en adelborsten gedaan en het eten wordt steeds beter. 

Kap......... heeft het toezicht daarop. kap. F.F.H. de Klan belast zich met de tuintjes. Het wasschen der kleeren doet men zelf. Ook dat geeft men liever niet uit handen, Men kan er een Generaal bezig zien zijn onderbroekje uit te wasschen. Een ander vertelde:"Het wordt nat, misschien schoon, maar niet wit." Sommige hadden graag daarvoor een borsteltje. Het stopper wordt zelf betracht. Een chirurg vond, dat hij, die zooveel menschen had dicht genaaid het nu ook wel kon.

Voor het Lagegeld ca. 3 Mark per 10 dagen, is praktisch niets te kopen. In de cantine zijn slechts zure bieten en paprika, Dit geld is bovendien een bijzonder betaal middel, dat buiten het kamp geen waarde heeft. Bij zijn vertrek gooide een der officieren de 50 mark, die bij over had, onder de adelborsten en cadetten te grabbel, omdat die geen toelagen krijgen. Boeken werden bij aankomst ingenomen en gecensureerd; de dokters kregen ze bij hun vertrek terug, de aanteekeningen in hun studieboeken waren zwart gemaakt. Waarschijnlijk krijgt men de boeken wel en zullen de uitgevers ze rechtstreeks mogen zenden, evenals sommige week en maandbladen. Per 15 personen ontvangt men in de barak een courant meestal de Volk.Beobachter. Over de lectuur komen later orders. 

Brieven,
Behalve in Bussum kwamen de brieven, die bij de uniformen waren gepakt en die per post werden verzonden, waarschijnlijk grootendeels aan. Op 10 en 11 Juni zijn ze pas uitgereikt. Er zijn slechts twee tolken aanwezig en hierdoor zullen de officieren zelf ook nog wel niet mogen schrijven. Dit is voor beiden kanten een hard gelag, De brieven , die ze ontvangen, werden na 10 minuten weer afgenomen. Men mag ze niet behouden.

In de gezonden valiezen waren de inventaris lijsten en inhoud grootendeels aanwezig. Alcohol mocht niet behouden worden. Sommige sloegen toen de flesschen stuk, ook medicijnen en messen werden afgenomen. Nagelschaartje mocht. Levenmiddelen bleven behouden.

Eenige officieren hadden geen uniform en kregen de keus tusschen een Engelsch en een Servisch officierspak, Bij hun vertrek was het echter nog niet klaar. Ook zijn er die op hun colbert met wittenverf de letters K.G.F. op hun rugpand geschilderd kregen als er geen uniform was. De sleutels en dergelijken en burgerkleeding zullen in een papierenzak terug gezonden worden. Men had er echter al brieven ingestopt. Dit geeft stagnatie en misschien verbeurdverklaring. 

De bewakers zijn achterdochtig doch niet lastig ( Wehrmacht) Er waren al enkele niet gelukte ontvluchtingspogingen geweest.

Het grootste probleem is het haar knippen, was een die erg handig is, dan oog doet. Het huren van een tondeuse van de Duitschers kost veel geld, dat is afzetterij. Driemaal per dag schaalt de radio door een groote luidspeker boven het terrein. Zoo hadden sommige van Keulen gehoord andere weer niet, men dacht, dat Finland gecapituleerd had en dat Mussert hier veertien dagen op het kussen had gezeten. In enkele barakken begin men den dag met het volgende spreekkoor: " Alweer een dagje dichter bij onze bevrijding!:'.,., En een kwsi-radio geeft er berichten.

De voeding is in deze kampen door het roode Kruis geregeld. Deze pakketten zijn echter nog niet aangekomen en dat laat zich duchtig voelen. Ook Amerika schijnt pakketten te zenden, De Serven profiteeren hier reeds van en die zien er goed uit. Ze gooien van hun overvloed boonen en spek over als de bewakers niet komen of kijken  Men is nu bepaald hongerig en verlangt naar meer voedsel. Wij zenden nu pakketten tot 2 Kg, op eigen risico. Zoo'n pakket heet briefpakket, men kan het zonder douaneverklaring verzenden, Het hoofdbestuur van het Roode Kruis is op 15 Juni '42 met het afzenden begonnen en het vervoer duurt ca. 9 dagen. Men heeft daar dus 6 weken zonder dit bijvoedsel moeten leven, De volgende artikelen voor zenden zijn gewenscht: boter, reuzel, spek, visch in olie, worst in blikjes, kaas, suiker, roggebrood, gecondenseerde melk, zuidvruchten, chocolade, rookerij, soep,, waschklemmen, zakmes met ronden punt ( geen tuben zenden) kunsthonig, harde eieren in zout water gekookt, brood is zeer hard noodig, een mesje zeer noodig. Men had ze al van bandijzer en met touw zelf gemaakt.

Hieronder het verhaal en belevenissen van Henk Stam = HMS, geschreven door zijn zoon Erik Stam

"Na zijn officiersopleiding op de KMA werd HMS geplaatst in Assen bij de infanterie. (M.i.v. 1-8-1932 Benoemd en aangesteld bij het wapen de Infanterie bij het 1e R.I. tot 2e Luit (KB nr. 146 dd 26-7-1932)

Wat HMS mij vertelde over de tijd in Assen waren, wat het werk betreft, geen prettige herinneringen. Het Nederlandse leger was in erbarmelijke toestand. De dienstplichtige jongens waarmee hij te maken had hadden weinig zitvlees. Drentse boerenknullen die vooral hard moesten werken en oefenen, want anders zou de verveling dodelijk zijn.
En HMS diende dus bij zijn commandant verzoeken in om met de mannen de hei op te mogen om te oefenen. Het werd niet toegestaan. Ze moesten op de kazerne blijven. Sterker nog, er kwam een richtlijn uit Den Haag dat de militairen binnen de gebouwen moesten blijven omdat de burgerbevolking zich stoorde aan de waarneembare leegloop. Voor een jong officier was dit een vreselijke toestand. Hij nam zich voor om zo snel als zich een gelegenheid voordeed, weg te gaan uit Assen.
Af en toe konden officieren zich opgeven voor een hogere vorming, aan de Hogere Krijgsschool, of voor administratieve of economische opleidingen aan een universiteit. Het zou niet uitmaken welke aanbieding er kwam: hij zou alles aannemen om weg te komen bij het werk dat hij deed op de kazerne.
Maar eerst is hij getrouwd:
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op 01-02-1934 te Vreeswijk met Tonia MENTHEN, 24 jaar oud, geboren op 21-01-1910
En werd hij vader van: Hendrik Marinus STAM, geboren op 31-12-1934 te Assen

Toen kwam in de loop van 1936 zijn kans om weg te komen:
HMS heeft de Cursus hogere vorming aan de Technische Universiteit in Delft gevolgd van september 1936 tot september 1939
Toen in Mei 1940 de oorlog uitbrak werkte HMS in Den Haag, in de Javastraat bij de commissie van proefneming. Toen bleek dat er met Duitsers gevochten werd belde hij maar eens op naar zijn chefs om te vragen wat zijn bijdrage zou kunnen zijn. Hij moest blijven waar hij was. Dus geen spektakel van oorlogshandelingen. Gewoon op je bureau blijven en afwachten.
Door zijn opleiding was hij gespecialiseerd in allerlei technische zaken die met wapens te maken hadden: klein kaliberwapens en ook springstoffen en munitie. Toen de rust enigszins weerkeerde in de beginperiode van de Duitse bezetting werd hij gevraagd om op allerlei plekken waar dat nodig was niet-ontplofte vliegtuigbommen onschadelijk te maken. Daartoe reed hij in een fantastische slee van een auto, die, met vele andere, ongebruikt in de garages van de ministeries in Den Haag stonden.
Ik herinner me een verhaal dat hij me vertelde over die tijd waaraan hij met erg veel pret terugdacht. Er was ergens alarm: er zou een bomkrater in een huis zijn geslagen. Hij er naar toe. Hij was dus de autoriteit die aan iedereen kon zeggen hoe er gehandeld moest worden, en dat deed hij: de hele wijk in die stad werd afgezet. Hij liet zich de weg wijzen door een van de lokale autoriteiten. Ruggelings liepen ze voorzichtig langs de muren van de verlaten straten. Toen ze bij het bewuste huis kwamen zag mijn vader dat het dak volledig intact was. Hoe kon dat? Enfin, hij moest maar gaan kijken, en inderdaad was er een enorm gat in de grond ergens in het huis. Het bleek de poepdoos te zijn die was ingestort.

 
Op vrijdag 15 mei 1942 werden enkele duizenden beroepsofficieren door de bezetter op misleidende wijze bijeengeroepen - zogenaamd ter controle - in de legerplaatsen Assen, Ede, Bussum, Breda en Roermond en onverhoeds in krijgsgevangenschap naar het barakkenkamp Langwasser bij Neurenberg - officieel aangeduid als; Kgf. Offizier-Lager XIII B, Teillager z.b. V - in Duitsland afgevoerd.
Omstreeks juli 1942 werden vrijgelaten zij die ziek waren geworden, alsmede N.S.B.'ers en anderen die de Duitsers welgevallig waren en naar Nederland teruggezonden.
Iemand schreef daarover:
Als reactie op verzetswerk van Nederlandse militairen, gaf Hitler in 1942 opdracht tot de
deportatie van de beroeps- en reserveofficieren naar krijgsgevangenkampen. In mei 1942
werden door de Duitse bezetters de Nederlandse officieren, die sinds mei 1940 waren
gedemobiliseerd, opgeroepen om zich te melden bij hun kazernes. De enige uitzondering
werd gemaakt voor officieren die lid waren van de NSB, WA of de Nederlandse
Arbeidsdienst.
In totaal melden zich ca. 2700 militairen die als krijgsgevangenen werden gedeporteerd
naar kampen in Nederland, Duitsland en Polen.
Op 1 augustus werd de helft en op 2 augustus de andere helft van de overgebleven krijgsgevangenen per trein naar onbekende bestemming weggevoerd. Het vervoer had plaats in volgepropte personenwagons en gesloten goederenwagens voorzien van prikkeldraad voor de ramen. De bestemming bleek Stanislau in Polen te zijn. Het verblijf te Stanislau, dat voor HMS duurde tot 14-12-1942 was voor de meesten over het algemeen nogal draaglijk.

Tonia Menthen was ziek geworden. Ze leed aan Multiple Sclerose. De eerste verschijnselen daarvan deden zich in de verlovingstijd al voor. Soms liet ze zomaar dingen uit haar handen vallen. Dat leek dan ongewoon klunzig, maar het bleek heel ernstig te zijn. In die tijd waren daar geen medicijnen tegen en het vooruitzicht was dus dat ze steeds meer zou verlammen en uiteindelijk sterven. HMS had dus, toen hij zich ging melden voor de zgn. controle bij de Duitsers, een doodzieke en hulpbehoevende vrouw, en een kind 7 jaar oud. De min of meer draaglijke omstandigheden in Stanislau werden voor HMS dus sterk verzwaard door de wetenschap dat hij thuis erg nodig was voor vrouw en kind. Later vertelde hij dat hij voor zijn medekrijgsgevangenen vaak een praatpaal was geweest. Velen maakten zich zorgen over of hun vrouw hen wel trouw zou blijven en dergelijke, en dat was voor HMS van een ongelofelijke banaliteit. Een ander verhaal dat ik me herinner uit zijn krijgsgevangenschap met een soort levensles voor mij was het volgende: in het kamp was voedsel relatief schaars. De groep waar HMS deel van uit maakte kreeg per keer een portie van het een of ander toebedeeld, en dat moest dan onderling eerlijk verdeeld worden. In zulke omstandigheden komt het laagste in de mens boven. Mensen worden hebzuchtig en oneerlijk. HMS stond er in de groep al gauw om bekend dat hij die eigenschappen niet had. Hij moest dus het voedsel verdelen, want iedereen wist dat hij zichzelf nooit zou bevoordelen. Sterker nog: hij nam altijd de kleinste portie. Dat gaf rust in de groep.
In de tussentijd organiseerde het Rode Kruis dat er in Nederland lijsten circuleerden met de namen van Nederlandse krijgsgevangenen. Men kon een bepaalde krijgsgevangene als het ware adopteren om er vervolgens mee te corresponderen en er voedselpakketjes heen te sturen. Zo kwam er in het dorpje Ulrum in Groningen ook zo'n lijst bij de familie Pool. Ze tekenden in en adopteerden de militair met de naam "Stam". Een willekeurige, voor hen zelfs een beetje vreemde, naam. De correspondentie kwam op gang en er werden pakjes gestuurd. Het eerste contact tussen Pool en Stam was gelegd.
Eveneens door bemiddeling van het Rode Kruis kreeg HMS gedaan dat hij uit Stanislau werd losgelaten omdat zijn vrouw hulpbehoevend was: ze had persoonlijke verzorging nodig en massages. Mits hij beloofde t.z.t. terug te keren in het kamp, mocht hij naar huis in Den Haag, op 14 december 1942.
Tonia Menthen overleed op 18-09-1944 te Den Haag op 34-jarige leeftijd.

 
Inmiddels was het leger niet meer werkzaam: dus er was geen brood op de plank. HMS solliciteerde met zijn universiteitspapieren naar baantjes als leraar exacte vakken. De aanstellingspapieren getuigen van korte termijn benoemingen:
15 febr. 1943 leraar wiskunde voor de periode van 1 schooljaar
1 maart 43 leraar wiskunde, HBS Raamstraat en Beeklaan, Den Haag
30 aug 1943 leraar wiskunde, 10 lesuren, Delft
29 nov. 1943 leraar wiskunde, 10 lesuren, Delft
22 aug. 1944 leraar wiskunde, 21 lesuren, Delft

 
Na het overlijden van Tonia Menthen was HMS vermoedelijk erg verdrietig. Hij had veel geleden met zijn stervende vrouw. De predikant (A.K.Straatsma) die het gezin had begeleid gedurende de afgelopen moeilijke jaren adviseerde HMS om niet terug te keren naar Stanislau, wat hij had beloofd, maar om onder te duiken met zijn zoon. Bovendien waarschuwde Straatsma dat er die week een razzia gehouden zou worden in Den Haag. Hals over kop verlieten vader en zoon de stad, per fiets op weg naar Utrecht. Aanvankelijk was de bedoeling dat ze zouden onderduiken bij de familie van Tonia Menthen, maar daar voelde men in die familie om de een of andere reden niet zo veel voor. Besloten werd toen dat ze naar Ulrum zouden gaan naar de familie Pool, die ze kenden van de Rode Kruispaketten.
Eerst met fietsen en later achterin vrachtwagens kwamen Henk sr. en Henk jr. uiteindelijk afzonderlijk in Ulrum aan bij de familie Pool die ze alleen kenden van correspondentie. Het moment van hun aankomst viel net na de terugkeer van Klaas Pool na diens vrijlating uit het Scholtenshuis (vergelijk het verhaal "Bange dagen", van Elta Pool).
Hoe het daar precies verder is gegaan weet ik niet, maar het eindresultaat was dat op zolder een geheime plek werd gemaakt, waar bij onraad Henk sr. zich zou kunnen verschuilen. Henk jr. kreeg een andere naam: Storm, en ging door voor een of ander aansterkend neefje uit Arnhem. Hij zou de rest van de oorlog (en die zou nog ongeveer 6 maanden duren) daar gewoon naar school gaan.
Toen in Groningen de vrede aanbrak, was het voor HMS niet meer nodig om zich te verstoppen. In tegendeel. Hij was ineens een militair, die de draad van zijn werk weer oppakte. Na de onderdrukking van de Duitsers, en het verraad dat door velen was gepleegd, en het gebrek aan bestuur ontstond nu een chaotische tijd. Het militair gezag zou hersteld moeten worden, en HMS deed daaraan mee.

Zie ook: http://www.stamek.nl
 


Brieven van het Nederlandsche Roode kruis (Rode Kruis) org van familie Stam

 

De stemming was de eerste dagen slecht; druilerig weer en geen verschooning of scheren mogelijk. Meestal een zakdoek om zich te wasschen. Gaat alles beter. Men verteld het kamp is primitief, voeding kan wat voordeeliger maar de stemming is en blijft uitstekend.

Er bestaat voor niemand eenige reden zich omtrent de behandeling der krijgsgevangen in wel op zicht ook ongerust te maken,

16 juni 1942.

 

(kaart overgenomen uit De zak met vlooien)
Sinds 1962 heet de stad : Ivano-Frankivsk 
Andere spellingen zijn:
Iwano-Frankiwsk, Frankivsk, Frankiwsk
(formerly Stanislawow, Stanislaw, Stanislav, Stanislaviv, Ivano-Frankovsk, Iwano-Frankowsk, Stanislau)
In 1962, to commemorate the 300th anniversary of the city, Stanislav was renamed Ivano-Frankivsk in honour of one of the greatest Ukrainian writers, poets, journalists and philosophers - Ivan Franko.


Foto van Stanislau (
Iwano-Frankiwsk, Frankivsk, Frankiwsk) in 2006 met dank aan Eric van der Most voor het opzoeken


SAMENVATTING VAN DE DIVERSE VERSLAGEN OVER DE REIS VAN Nürnberg TOT STANISLAU EN DE AANKOMST EN HET VERBLIJF ALDAAR.
(verslag van 5 pagina's)

Op 1 en 2 Augustus 1942 heeft men het Kamp der Hollandsche officieren te Nürnberg-Langwasser ontruimd en naar Stanislau overgebracht.


Verslag van A.O.H.Telligen over de situatie in Stansilau (origineel Familie Stam)
 


Stanislau overzicht april 1942

De reis werd per extra trein gemaakt en duurde 6 dagen en 6 nachten, circa 137 uren in het geheel, waarbij men slechts enkele malen den trein mocht verlaten. Het reisdoel werd niet bekend gemaakt. De hoofdofficieren vertoefden in 3e klasse wagons, de andere in goederenwagens; de laatste bleken aangenamer te zijn, omdat er wat meer ruimte was en men eens op en neer kon loopen. Ze waren voorzien van banken.


Stanislau Stalag 371 hoofdingang 20 sept.1942  "Holland voedt zichzelf"

 De sanitaire inrichting van de trein was zeer slecht, zoodat op verzoek tenslotte op bepaalde stations werd gestopt, om de officieren gelegenheid te geven, daar van dergelijke inrichtingen gebruik te maken. Het eten was vrij goed, Men Had "Marschverpflegung" .

De reis ging langs de rivier de Pegnitz, Bamberg, Plauen, Chemnitz, door het Tharandl-gebergte naar Dresden, Gorlitz, waarna men rechts, in het Zuiden het Reuzengebergte zag liggen, Hirschberg-Waldenburg, Glei­witz. In Kratowitz was men in Polen (Galizien- Krakau, Jaroslow, Prze­mysle-Lemberg, (Lwow) naar Stanislau, dat 130 km van Lemberg verwijderd is en 40 KM ten N. van de Karpaten ligt.   .

Deze stad telde 70 a 80.000 inwoners en was eertijds bevolkt door Russen, Polen, Oekrainers, Joden en Duitschers. De joden zijn naar  een ghetto overgebracht, de Russen en Duitschers verdwenen.

Er zijn nu nog slechts, behalve militairen, Oekraïners  en Polen, die elkaar slecht verdragen.

Een der officieren schrijft:."De aankomst hier was een verrassing". Het gebouw, waarin onze officieren zijn gelegerd bevindt zich aan den rand van de stad. Het schijnt een oud tuchthuis te zijn dat in 193... is gemoderniseerd, doet aan de K.M.A. denken en biedt plaats aan alle 1700 officieren.

Het is omgeven door een hooge muur, slechts in een hoek van het exercitieterrein, staat een groepje hooge boomen, verder geen groen be­halve iets gras. Vanuit de eerste verdieping ziet men over den steenen muur in de verte de Karpaten liggen. Het geheele gebouw heeft dubbele ramen. De centrale verwarming was nog door de Russen vernield. De muren toonen nog enkele beschadiging, vermoedelijk van den oorlog. In vele lokalen staan echter groote tegelkachels, ook in de slaapzalen, deze worden ter zijner tijd met hout gestookt, dat daar volop aanwezig is. Het gebouw heeft groote steenen ruimten, de achterste lokalen hebben parket­vloeren.


Tekeningen van Stalag 371 Stanislau, origineel Familie Stam



 

De officieren worden ingedeeld naar hun rang in de diverse vertrekken De generaals hebben elk een aparte kamer, de kolonels slapen met 2 of 3, de luitnt.-kolonels met eenige personen meer en zoo verder tot de cadetten, die met 22 samen zijn ondergebracht, 2 of 3 boven elkaar.


 Frans de Waal, staat, zonder hoofddeksel, 2e van links, op de 2e rij. Henk Sitter  3e van links.
 
Marinus Raebel zit de 1e rij 2e van links met beide handen op de knieën.

 

De afstand tusschen de bedden onderling bedraagt 1.50 M aan de kant van het tusschenpad. Ze bestaan uit een staaldraad onderlaag, hierop rust een houtwolmatras, een dito kussen, een molton deken, meegebracht uit Nürnberg en een deken, die men hier ontving. Men zal goed doen over circa 11/2 maand nog een deken te zenden en verder wordt getracht nog een vierde door het Roode Kruis beschikbaar te stellen. Sloopen en lakens zijn aanwezig.

De opbergruimte  was onvoldoende, achter de bessen bevond zich slechts een kastje voor toiletbenoodigdheden. Er worden nu kasten gemaakt, afsluitbaar baar, elk voor 2 personen en deze zullen in de gangen worden geplaatst.


Briefkaart van Henk Stam met de mededeling "Wacht met zenden van de koffer tot ik vraag"

De slaapvertrekken dienen voor geen ander doel. In het gebouw zijn aanwezig: eet-, speel- en schrijfzalen. Verder zijn er diverse rotondes voor generaals, een voor hoofdofficieren enz. De kampinrichting is zooals in Nürnberg in: "Selbstverwaltung", alles onder een commandant

 

 

 

Paul van der Brugh stuurde augustus 2006 onderstaande foto van Stanlislau. Zijn vader was marineman Ltz 1e kl J.A.M. van der Brugh (2078) 1906-1966, zittend met marinepak aan. Veel mannen hebben een trui aan met de letters KGF (Kriegsgefangene)

Goossens AMA meldt dat:  uiterst rechts op de foto, met klompen, de kapitein der Generale Staf Michael Calmeijer staat (KGV no. 32236), de latere generaal (sous-chef landmachtstaf) en CHU staatssecretaris van defensie. Van hem verscheen de dikke biografie ‘Herinneringen’ (ISBN: 9789012084406). Ik heb naar Calmeijer veel onderzoek gedaan voor mijn studie naar de gebeurtenissen op het Zuidfront van Vesting Holland in mei 1940. Calmeijer was chef-staf Groep Kil in de meidagen.


Frans de Waal, staat aan de rechterkant. Andere namen???
foto Stanislau
 Geheel links (vooraan op de foto) kapt. Lambert van de IIIe Verkenningsgroep

 


Vergroting foto klik hier

Officieren is betere tijden maar wel tijdens de mobilisatie-periode
Bovenstaande foto is gemaakt tijdens een etentje ter viering van
Koninginnedag op 29 juni 1939 in hotel Mastbosch te Breda.
De 6e persoon aan de linkerzijde is kapt. Lambert; de 6e persoon aan de rechterzijde is kapt. Raland, destijds
de commandant. Kapt.Raland zit als 2e aan de rechterzijde. (Is de vader van Ger van Huizen)
Over de IIIe Verkenningsgroep en mijn vader op vliegveld Ruigenhoek bij Noordwijkerhout tijdens de meidagen 1940
heb ik een verhaal geschreven, dat werd gepubliceerd in het blad Contrails van het Crash40-45 museum en het
blad Spinner van het Militair Luchtvaart Museum te Soesterberg.


 

In een vleugel zijn 200 Servische oppassers ondergebracht, die uit Nürnberg meekwamen, ze zijn niet zindelijk en lui. De Russen waren beter en waren ook betere vaklieden. Er is o.a. een goede R. (Russische) schoenmaker, die alleen geen leer heeft. Door het geheele gebouw zijn waschlokalen met goten en kranen. Verder een douche-gelegenheid, deze afdeeling  was vroeger een ontluizinginrichting. Van ongedierte heeft men hier geen last gehad. 1 x per week is er douche gelegenheid. "Na de lange treinreis dadelijk een heerlijk douchebad, na zes dagen niet uit de kleren te zijn geweest" schrijft een der heeren.

Houtsnijwerk uit Stanislau

Houtsnijwerk uit Stanislau


sigarettenpijpjes uit het kamp Stanislau met nummers en namen
Teksten: Lt. kol. A. Drossaerts (31885), (PH kgf 31402, JdW kgf 31405) 24-8-1883 -24-8-1943
met dank aan: Ine wilbrink en Michel van Grinsven (foto)

Eric van de most heeft de namen van de
eigenaren van de sigarettenpijpjes opgezocht.
PH 31402 is P. Huberts (majoor der artillerie)
JdW 31405 is J.A. de Witte (kapitein der artillerie).




M. van Veldhuisen is in het bezit van een Stanislau kistje (zie foto's) waarop zelfs de naam van de (maker) eigenaar geschreven staat, samen met zijn krijgsgevangenennummer: Majoor A. de Pauw, KGF No: 31605.
 
Dit kistje is opgedoken in een vooroorlogs pand in Ede. Waarschijnlijk puur toevallig diende dit pand in de oorlog ook als schuilkelder. Het pand bevind zich op zo'n 200 meter van de kazerneterreinen van Ede.
 
M. van Veldhuisen heeft in het verleden al wat pogingen gedaan om informatie omtrent het kistje te achterhalen dan wel in contact te komen met de nabestaanden van Majoor A. de Pauw.

Het kistje van de Pauw behoorde toe aan Albert L.J. de Pauw (majoor)
Hij is waarschijnlijk niet via Neurenberg-Langwasser naar Stanislau gekomen, maar volgde een andere route.

 

 


Broodplank van  Albert L.J. de Pauw (majoor) KGF No: 31605 met tekst Stanislau 1943



Achterzijde broodplank

De broodplank is door  Lenard - van Belzen gekocht in "Winkel van Sinkel"en  Antiek en Curiosa, Serooskerke
Op welke wijze deze broodplank daar  terecht is gekomen is onduidelijk.
Indien u familie bent van Albert L.J. de Pauw neemt u dan contact op met deze site

 

Hieronder bijdragen van Abel de Jong


 

Wij bewoners van kamer 101, 5e compagnie, II bataljon
krijgsgevangen Nederlandsche officieren,
wenschen

Casparus Kiewiet
2e luitenant der artillerie
geluk, geduld en behouden thuiskomst toe
Ter gelegenheid van zijn huwelijk, gesloten te

Stanislau

30 september 1942 te 15.00 uur
met:
v Tuyll van Serooskerke, W.R.A 2e luitenant Huzaren
Dyxhoorn. A.C 2e luitenant Huzaren
Laurillard, E.A.2e luitenant Huzaren
Kolff, C. 2e luitenant Artillerie
Speyers, H.W.A.E. 2e luitenant Infanterie
v. Hoorn, R.2e luitenant Artillerie
Berghuys, N. 2e luitenant Grenadiers
Berghuys, J.D. 2e luitenant Infanterie
Franssen, H.A. 2e luitenant Pontonniers
Bergman, L.G.2e luitenant Infanterie
Burcksen, E.M.A. 2e luitenant Infanterie
v.d. Boon, J.W. 2e luitenant Infanterie
Laerwerff, R.2e luitenant Huzaren
De Lange, A.K.R. 2e luitenant Infanterie
Becht, J.H. 2e luitenant Infanterie
Bouwer, W. 2e luitenant Infanterie


 


Rond 1996/97 geleden vond Abel de Jong in een kringloopwinkel in Delft, een soort oorkonde. Het gaat om de felicitatie ter gelegenheid van een zgn. huwelijk met de handschoen. d.w.z. een trouwpartij waarbij - in dit geval - de bruid afwezig is. De bruidegom bevond zich als officier in Duitse gevangenschap in Stanislau. Hij wordt door zijn kamerbewoners geluk, geduld en een behouden thuiskomst toegewenst. Ik kocht het document voor een paar dubbeltjes en heb het altijd bewaard. De trouwlustige officier is dhr. Casparus Kiewit. Zijn bruid in Den Haag is mej. A. van der Put. Zie bovenstaande kopie van de "akte". Het zou echt leuk zijn als het terecht komt bij de betrokkenen dan wel hun nabestaanden.


2 april 1943 CTAHИCЛAB
(de kistjes werden vaak door Russische krijgsgevangen gemaakt inruil voor eten of andere goederen, ze dienden veelal voor opbrengen en droog houden van sigaretten. JW)

Dat is één voorval. Het tweede was op een rommelmarkt, een jaar of vijf geleden. Mijn vrouw spaarde toen houten doosjes. We vonden er een met Russische letters erop en de datum 2 april 1943. We dachten altijd dat het een sigarettendoosje was ter herinnering aan de Russische overwinning op de Duitsers voor Stalingrad. Tenminste wij dachten het woord "Stalingrad" erop te kunnen ontcijferen.

Het derde toevallige feit maakt mijn vrouw een paar dagen geleden mee. Ze is bezig bejaarde mensen te interviewen voor een nog te publiceren boek over een tragische geschiedenis te Gorinchem in 1944 - 1945. Eén van de mensen die zij ondervroeg refereerde aan een familielid dat als officier tijdens de oorlog geïnterneerd was. Zij vulde meteen aan "Stanislau" tot verbazing van een ieder aanwezig. Ze had echter snel verband gelegd met het stuk, hierboven beschreven.

Toen wij naar aanleiding van dat interview en het trouwdocument het woord "Stanislau" op Google intikten kwamen we op jouw website terecht. Daar zijn een paar doosjes afgebeeld die nogal leken op ons doosje. Dat hebben we er toen gauw bijgehaald. Wie schetst onze verbazing toen bleek dat het woord "Stalingrad" in feite als "Stanislau" moet worden gelezen. Ik voeg een foto bij van het doosje, dat eenzelfde sluiting heeft als de afgebeelde doosjes. Vergissing is dus niet mogelijk. Raadselachtig is de 2e. april 1943.

In ieder geval zouden wij heel tevreden zijn als het trouwdocument terecht komt bij de fam. Kiewit. Zou je een en ander kunnen plaatsen op de website? Wie weet wordt het gelezen door iemand die met de fam. Kiewit in verbinding staat.

 

 


Onderstaande bijdragen van Dick Koster, die via familierelaties aan onderstaande materiaal is gekomen:


Groepsfoto vanuit Stanislau van december 1942, op de achtergrond staan anderen te wachten. Namen hieronder

Groepsfoto vanuit Stanislau van december 1942.
Officers Dutch Navy Stalag 371 dec 1942


Staande van links naar rechts:
Raland (Majoor vlieger)
Versluijs (Luitenant ter Zee 1e klas)
Scholte (Kapitein luitenant ter Zee)
Goedewagen (?) (Majoor der artillerie)

J.C. d'Engelbronner
(Luitenant ter Zee 1e klas)
meer informatie op familiewebsite

Franken (Officier der administratie 1e klas)

Zittend
Fey (Kapitein Luit. tit. der M.S.D.)
Koppen (Majoor der Luchtvaart)
Tinga (Officier der administratie 1e klas )

(Namen niet altijd goed leesbaar)

De toevoeging OC (oudste categorie). stond voorheen bij aantal van deze namen, echter die rangen bestonden niet. De OC toevoeging ontstond pas na WO2. De marine miste namelijk een rang voor de oorlog, de majoorsequivalent. De Ltz3 (2e lt, 1 galon), ltz2 (1e lt, 2 galons), ltz1 (kapt, 2 ½ galon), Kltz (lt-kol, 3 galons), Ktz (4 galons) waren de enige rangen voor subalterne en hoofdofficieren. Naoorlogs werd de Ltz2 in een Jongste categorie / oudste categorie rang verdeeld, waarna de Ltz2 de 1e luitenantsequivalent bleef, Ltz2OC de kapiteinsequivalent werd en de Ltz1 de voordien ontbrekende majoorsequivalent werd.


Kampgeld in Stansilau, 1 en 10 Reichsmark: Kriegsgefangenen Lagergeld
 
Foto van Majoor-vlieger Frederik Raland, die actief is geweest bij de luchtmacht in de meidagen van 1940.
Nr. 30338

 

 

 

 

 

Lees het pdf verslag over de luchtmachtverrichtingen gedurende de meidagen 1940. Zie:http://www.grebbeberg.nl


 


Gedicht van Majoor-vlieger Frederik Raland geschreven op de achterkant van een sanovite verpakking

De oorlog kwam. De vlieger vocht
Voor huis en hof en goed.
De Willemsorde hem verleend.
Toont aan: met heldenmoed.
Veel kameraden gingen heen
Vergeefs was niet hun val
Hun naam blijft ons in 't harte staan
wij vliegers staan weer pal
De gordel van smaragd ontviel
Ons door Japan's geweld
zoo werd ons Holland tijdelijk
Door overmacht geveld.
De toekomst roep. Wij melden ons
Als 't oude Schip van Staat,
weer met Oranje aan het roer.
Opnieuw aan 't varen gaat.

Er werd van alles gedaan in Stanislau om de verveling te vermijden: o.a. een baarden-wedstrijd


Postzegelverzamelaar heeft hoekjes uit de kaarten geknipt

Titel Historische (spot) prentbriefkaarten betreffende de distributie uit 1941: Hierboven 4 kaarten van de zes stuks, getiteld: Sinterklaas, Fietsgenot!,  Museum en Verduistering. Niet aanwezig: De man die te weinig punten voor een winterjas had! en Ooievaar. Uitgave van Triem te Hilversum

 

Dirk d'Engelbronner schreef: Ik kwam op uw website terecht op zoek naar informatie over het krijgsgevangenkamp Stanislau. Mijn grootvader heeft daar ook gevangen gezeten

Jan Coenraad d´ ENGELBRONNER is geboren op 5 oktober 1896 in Brielle, ZH, NL.103 Geboren om 22.00 uur, Zuideinde 53 .
Hij overleed op 24 November 1961 in 's-Gravenhage, ZH, NL. Dr. Overbosch was gynaecoloog te Leeuwarden en kreeg een gouden Medaille van zowel het Groene Kruis van Friesland als van Gelderland. Leonie werd na haar eindexamen HBS-B kooklerares. Jan ontmoette begin Mei 1931 Leonie bij zijn Oom en Tante Halverhout, hun dochter Heleen ook kooklerares en Leonie waren goede vriendinnen. Zij verloofden zich 2 weken later. Na een korte huwelijksreis naar Arosa vertrokken ze naar “De Oost”.
In zijn jeugd was Jan regelmatig verhuisd, aangezien zijn vader vestingartillerist was. Hij wilde, net als zijn Grootvader en Overgrootvader Halverhout, marineofficier worden en ging in 1915 naar het Koninklijk Instituut voor de Marine. Hij werd met zijn jaar op 05 okt 1918, ook zijn jaardag, als Ltz3 beëdigd. Hij koos voor de Onderzeedienst, leerde duiken in Vlissingen, en vertrok spoedig met een der eerste onderzeeboten naar Ned.Oost Indië. Na aankomst in Tandjong Priok ging hij op bezoek bij zijn neef Robert d'Engelbronner, Kolonel KNIL en adjudant van de Gouverneur-generaal Graaf van Limburg Stirum, en werd ook aan de G.G. voorgesteld. Tot zijn verbazing hoorde hij van zijn commandant, ik denk ook tot diens verbazing, dat hij door de G.G. aangewezen was om mee te gaan op een bezoek van een maand aan Sumatra. Op 05 okt 1920 werd Jan tot Ltz2 bevorderd. Jan werd op 01 sept 1929 tot Ltz1 bevorderd. Terug in De Oost in 1931 als onderzeeboot commandant was hij in 1933 als Cdt. K-VI flottielje commandant van de drie onderzeeboten die tijdens de muiterij op de Zeven Provinciën van de Indonesische schepelingen, die de Nederlandse officieren en schepelingen hadden overmeesterd, dit schip schaduwden. Aangezien de Zeven Provinciën kon meeluisteren was er radiostilte en werden de instructies aan de flottielje cdt. in een berichtenkoker door een vliegtuig naast zijn boot afgeworpen. Nadat een bom op de Zeven Provinciën was geworpen gaven de muiters zich over. Deze actie op 9 en 10 februari 1933 werd ook wel “de slag bij de Vlakke Hoek”, zuid-oost punt van Sumatra, genoemd. Op deze punt stond de gietijzeren vuurtoren van Enthoven. April 1933 was Jan cdt. K-VII, vermoedelijk wegens onderhoud van de K-VI want in April 1934 was hij weer cdt. K-VI. Eind 1934 werd hij eerste officier op de kruiser Java. In die functie was hij tevens vaak commandant van de landingsdivisie die ook oefende in het Marine Kampement bij Malang. Dit leverde een bijnaam op “de generaal van Oost Java”. In 1936 voer het echtpaar, met de in Soerabaja geboren zonen Carel en Evert-Jan met de mailboot Johan van Oldenbarneveldt terug naar Nederland en werd Jan Eerst-officier van de Onderzeedienst in Willemsoord. De commandant was Kltz Hellingman. In 1938 werd Jan geplaatst bij de Staf van de Commandant Zeemacht Nederland Sbn. Jolles als Hoofd Personeel. Bij de Duitse overval kreeg Sbn. Jolles en zijn staf opdracht in Nederland te blijven en ervoor te zorgen dat ieder schip dat vaarklaar gemaakt kon worden en iedere inzetbare marineman naar Engeland zou uitwijken. De betrokken officieren hebben van 15 Mei 1942 in krijgsgevangenschap gezeten, eerst in kamp Stanislau en toen de Russen oprukten in Neu Brandenburg, tot hun bevrijding door de Russen op 28 April 1945. Voor deze officieren van de Staf die opdracht hadden gekregen zich over te geven was het uiterst noodlottig en bedroevend dat zij in hun carrière stil hadden gestaan, terwijl hun collega officieren waren bevorderd. Jan kwam eind Mei mager en met zijn plunjezak op zijn schouder thuis in Heiloo aanlopen. De officieren waren op eigen doft uit Neu Branderburg naar huis “gereisd”. Jan werd op de staf in 's-Gravenhage geplaatst en was o.m. secretaris van de zuiveringscommissie officieren.  meer informatie op familiewebsite

 

 

Er is verder in het kamp een wasscherij, waar lakens en ondergoed in trommels worden gewasschen. Men kan daar zijn goed laten reinigen, doch in de mangels gaan veel knoopen stuk, dus gaarne linnen knoopen zenden en ook naalden met groote oogen voor het kousenstoppen.

Het drinkwater was niet goed', zoodat gevaar bestond voor dysenterie en maatregelen daartegen moesten worden genomen. Het moest worden ge­kookt, doch de capaciteit van de keuken was. hiervoor te klein. Ook duur­de het te lang eer het water was afgekoeld. De Stabarzt: Dr. Berghoff deed een proef met asbest en zandfilters. Deze hielden wel de bacteriën tegen, doch ook het water en later omgekeerd. Dat ging dus in het begin niet. Er zijn nu 100 filters op de kranen in aanmaak. In de apotheek, Russische krijgsbuit, vond men z.g. watertabletten (Chloortabletten) en hiermede word de zaak in het lazaret voorloopig gered. Deze Russische apotheek bevatte een goede voorraad geneesmiddelen, doch alles met Russische opschriften, die dus eerst moesten worden vertaald in medisch Latijn.

 


Stanislau  30 augustus 1942 "het alziend oog" Stalag 371


 

Het lazaret bevindt zich ook om in het kamp en niet daarbuiten, zooals te Nürnberg Het is een hol gebouw, dat uit 4 afdeelingen bestaat: een zaal voor de Serven, een zaal voor de chirurgische afdeeling (is leeg), een zaal voor niet besmettelijke patiënten, een zaal voor besmet. pat., doch waar nu de .pat. met dikke darmontsteking liggen. Verder een keuken, wachtkamer enz. 

 


Russisch sigarettenkistje met de tekst  Станислава 1943
(Stanislau (ned) Stanisławów (pools)  ukr. Cтaнicлaв)

Vertaling van de Russische tekst is:
'Wacht op mij en ik keer terug wacht slechts hevig...Stanislav 1943'

 

Een paviljoen voor besmettelijke zieken is in aanbouw. Het lazaret is op de rioleering aangesloten. Dit is in Polen iets bijzonders. In het lazaret komen Russische oppassers, de Serven worden geweigerd, zijn te vuil. Het denkbeeld om verpleegsters te laten komen leek minder geschikt. 2 Cadetten: Bruins, van Renessen, 2 luitenants: ' Keukens, Rooyakkers  en 2 kapiteins: Peeters en Adriaansen namen deze taak op zich de eerste twee voor corvee-diensten, de luitenants voor de verpleging en de kapi­teins voor de administratie en inwendigen dienst. Er waren op een oogenblik te Nürnberg 45 patiënten in het lazaret en deze eerste 4 jongelui deden alles. De doktoren hadden hen geheel opgeleid en ze volbrengen hun zware taak en bewonderenswaardigen ijzer en toewijding. Het is soms moeilijk met patiënten om te gaan, en zeker met hen, die door hun gevangenschap gedeprimeerd zijn en soms is het voor een jongen luitenant heel moeilijk als een majoor iets noodig heeft en een kolonel roept daarna om het­zelfde, den goeden weg te blijven volgen.


Frans de Waal in het midden. Andere namen???
foto Stanislau

Orde en rust zijn dan ook de 2 factoren, waarmede, vooral in het lazaret rekening moet worden gehouden. Toen in het begin te Nürnberg alle geneesmiddelen ontbraken, was een der belangrijkste, dit den patiënten in den eerste plaats te geven. De loopende .pat. hielpen mee de zaak op orde te brengen. Het lazaret krijgt extra voeding. De doktoren, verplegers, en geestelijke verzorgers hebben eenige bewegingsvrijheid, mochten zoo nu en dan eens wandelen onder geleide, zonder geweer, doch niet naar de stad .

Voor de hygiëne moet men in het Oosten oppassen voor besmettelijke ziekten. In het begin kwam nogal eens een dikke darmontsteking voor. Dit viel tenslotte mee. De officieren zijn nu allen geïmmuniseerd door middel van immunisatie tabletten tegen deze ziekten en daarvoor de eer­ste 6 maanden gevrijwaard. Voor typhus (tyfus)  wordt men nog ingespoten. Verder ­is er het vliegen-gevaar. In het Oosten zijn de latrines anders: geen zit- doch hurklatrines, waarover een deksel valt. De Servische oppassers zouden de zitlatrines maar vuil maken en is het beter de hurklatrines maar te houden. Voor ouderen, die moeilijker bukken, worden eenige zitgelegenheden gemaakt.


Stanislau hoofdingang wachtgebouw 1942, M stammlager 371

Op 29 Augustus vertrokken de 4 officieren van gezondheid weer naar het vaderland. De kamparts A.O.H. Tellegen, de Wit (marine ), W. Bakker, en J. Branger. We geloven dat dit een verlies voor het kamp betekent, als we horen hoe Dr. Tellegen getracht heeft het bijna onmogelijke te bereiken.


 

een sigarettenkistje dat een Russische krijgsgevangene voor A.O.H.Tellegen gemaakt heeft.
De zoon van A.O.H.Tellegen stuurde een aantal foto en achtergrond informatie over zijn vader (speciale pagina)



De blokartsen zijn nu Dr. N. van Eek ,S.R.O.G.d. eerste luitenant landmacht en Nube ..... (marine). Een chirurg is niet in het kamp aanwezig. In Stanislau is een goed particulier ziekenhuis met een Oekraïner als chirurg, een rustig bekwaam man, die ten allen tijde voor de patiënten in het kamp klaar staat. Een tandarts is er niet. Verdere specialisten zijn in Lemberg en in noodgevallen is een vliegtuig voor ver­voer naar Lemberg beschikbaar. De medicijnen die in de pakketten zaten, worden te Nürnberg in beslag genomen door het lazaret. Daar er weinig aanwezig is, is dit het enige middel gebleken om het daarvan te voorzien. Had iemand daarvan dringend iets noodig, dan werd het van daar uitgegeven. Via de blokartsen worden speciale geneesmiddelen uitgegeven. Wil men voor een officier speciale geneesmiddelen zenden, dan doet men het beste, ze aan een der twee Hollandse doktoren te zenden: adres "Lazaret" en op het doosje den naam van den officier waarvoor het bestemd is, te vermelden. 

Het vertrek der Chronische Zieken. Dr Tellegen maakte met Dr. de Wit eens een voorselectie en daarna besliste de Duitsche dokter. Met de eerste ploeg keerden 132 patiënten naar huis, met de tweede ploeg zouden 92 patiënten terugkeren, dit werd 41. Er komen nu nog 25 terug uit Stanislau, meer wilde de Stabarzt daar nog niet laten gaan.


Stanislau eetzaal september1942, Stalag 371 tekening Kapitein J.G.H. Holsheimer

De voeding. Deze is van koolhydraatrijken aard en naar verhouding: 3 deelen eiwit, 2 deelen vet, 16 deelen koolhydraten.

Het is dus zaak eiwitten en vetten en vitamine A.B.C. en kalk te zenden: kaas, boter, reuzel, ham, spek, rookvleesch, salamie, stokvisch, blikjes visch, blikjes melk, bruine boonen, erwten, rijst, citroenen, versche groenten (de laatste kwamen bedorven aan). Gedroogde groenten, vooral wortels. Het gehalte hiervan is grooter, dan die in weck of blik. Aardappelen waren eerst niet aanwezig en worden later per wagon aangevoerd en dan ingekuild. Onder de sneeuw blijven ze goed.

De vitamine-kwestie. De A-vitamine is niet noodig als er genoeg wortels en versche groenten worden en gezonden (gedroogd).

De B-vitamine. 1½% der officieren kreeg voetklachten in N, oorzaak te weinig en te oude aardappelen. Het zure Duitsche brood zonder biergist.

De vitamine B is noodig om de koolhydraten te verteren. Men kon deze patiënten genezen door ze met vitamine B in te spuiten. In S. begon het weer. De Stabarzt Dr. Berghoff voelde veel voor het vitamine-vraagstuk. In de bierbrouwerij te. S. koopt men elke week een emmer gist en dit wordt on­der de officieren verdeeld.. .

De C-vitamine is belangrijk als men koortsige ziekten krijgt bv. long­ontsteklng.

De D-vitamine is nu nog overbodig, zoolang er nog zooveel zon is, kon de davitamon D achterwege blijven. Aan te raden is het, eens wat kalk te zenden bv. in den vorm van kalkpepermut. De thee, die 's morgens ver­strekt wordt, was in groote hoeveelheid aanwezig, doch werd nogal eens als scheerwater gebruikt.


Op het exercitieterrein is men begonnen met op geïmproviseerde kacheltjes zelf te koken, er zijn circa 60 veldkeukens. "Het doet denken aan. een Jamboree-terrein!',. schrijft iemand.

Van oude blikjes heeft men zelfs een houtgasgenerator gemaakt. Ook zijn in de kazerne thans keukentjes om zelf te koken ingericht. De keu­kentjes hebben steenen fornuisjes en men kan daar b.v. een pannetje bruine boonen laten klaarmaken. De vraag naar een eigen pannetje met deksel is dan ook groot.
Aan het hoofd van de groote keuken en staat kapitein M. Carol (intendance) en daaronder een keukenhulp officier ... Leideman.

De pakketpost is gestagneerd door het vertrek naar Polen en hier­door is nogal wat van den inhoud er pakketten bedorven. Het roogebrood vertoonde o.a. een gele schimmel. Men kookte het circa 10 minuten en maakte er broodpap van. Op 15 Augustus kwam de trein met pakketten aan en deze waren op 25 Augustus alle 8450 stuks uitgedeeld. De pakketten komen in een gesloten wagon aan en deze worden in een vertrek gebracht. Onze eigen officieren hebben de administratie. Eenige duitsche officieren loopen daarbij rond voor controle. Er worden vele menschen opgeroepen, het pakje wordt op een toonbank gelegd door een Nedrl. officier,  geopend en uitgepakt  en men kon de inhoud daarna meenemen. 

Wil men de blikjes niet dadelijk gebruiken, clan worden ze als in Nürnberg zoolang voor hem bewaard; anders wordt er een opening ingemaakt om te zien of er geen contrabande in zit.

De cantine bevat hier wat meer: tandenborstels, kleerborstels, zakmessen, lucifers, houten sandalen a Fl. 10.- Alles in beperkte hoeveelheden en duur, zoodat het zenden van lucifers nog wel aanbeveling verdient.

(1 doosje per 2 man wordt er uitgereikt).

Het kampgeld bedraagt Fl. 4.- per dag = 100 Szloti (het officiële Poolsche geld) in de 10 dagen (nu hebben generaals en adelborsten hetzelfde bedrag). Ook de brieven hadden een groote achterstand. 12000 stuks post zijn uit Nürnberg nagezonden, die nog niet door de tolken waren vrijgegeven. Thans zijn er te S. tolken aanwezig. Er komt nu wat meer schot is. De officieren mogen zelf 4 brieven en 3 briefkaarten per maand verzenden.

Alle post werd gecontroleerd. en voorzien met de stempel "Nederland. gezien door den censuurdienst 3015" Post waar zaken in stonden die niet gelezen mochten worden, werden teruggestuurd met de stempel "terug afzender" en de tekst doorgestreept. 

Het klimaat is er best. Men had eerst regen en nu voortdurend zon. Het ligt beschut  voor den wind en heeft hier niet het groote verschil tusschen dag en nacht, wat men te Nürnberg had. Het is meer een subtropisch klimaat. De winter begint er pas einde October, begin November. Het kan er dan goed vriezen 30 graden C, veel sneeuw, doch ook dan weinig wind.
In Polen wordt het houden van voordrachten geanimeerd door den majoor Lager Comt. Deze was architect en alles wat met bouwen in verband staat heeft zijn aandacht. 10 Leslokalen zijn voor leergangen en cursussen beschikbaar gesteld: wiskunde, sterrenkunde, muziekgeschiedenis, moderne talen, middelbaar gymnastiek etc. en vooral technische vakken. Het is een heele universiteit. Studieboeken zijn nu zeer welkom. Men heeft semesters ingedeeld en men kan overgaan en zitten blijven. Nauwkeurig wordt bijgehouden wie afwezig is.


In het gebouw is een vleugel aanwezig en uit Lemberg kan men muziek­instrumenten laten komen. Het zangkoor laat zich geregeld hooren onder Kapitein Dr. Walther Boer. Nationale liederen zijn verboden, doch Valerius Gedenckklank bv. is toegestaan. Hij leidt een koor voor de katholieken, zoowel als voor den protestanten eeredienst. De cadetten en adelborsten hebben natuurlijk een cabaret, dat plotseling voordrachten geeft. Op den muur staat dan met krijt geschreven: "heden avond krontjong muziek" b.v. enz.
Geknutseld wordt er veel. Er komen nog werktuigen daarvoor. Hout is er genoeg. Ze branden in de zon en maakten reeds mooie broodplankjes, voorzien van motieven enz. Aardige teekeningen bv. een "keuring der chronische patiënten", op krukken enz. en dan later "het vertrek": hardloopers. Een genie officier had zelfs een weegschaal gemaakt.

De geestelijke verzorging  . De Ds. J..H. Vaandrager (marine Gef. num­mer.:..... en aalmoezenier W.A.J. van de Maden (8e Komp. Feg. Nr. 32036) kwamen indertijd in Nürnberg wat later dan de officieren aan. Ze moesten hun intrek in het lazaret nemen (volgens de conventie van Geneve) en kregen samen een kamer. Ze mochten alleen Zondags in het kamp komen voor de gods­dienstoefening zonder preek, verder 3 middagen per week. Eenigen dachten, dat het niet zou gaan, die twee bij elkaar. Toen men na een uurtje eens naar binnen gluurde, zaten ze heel genoeglijk samen te kaarten in volkomen harmonie en dat is zoo gebleven. Wanneer ze des Zondags het kwartier loopen naar het kamp aflegden liep de kleine, dikke aalmoezenier voorop en daarachter een groote zware dominee, die .... de miskoffer droeg.

Tussen alle boeken en materialen vond ik ook de brochure "Willem van der Maden, aalmoezenier. geschreven door: dr. L.a.m. Goossens, (1974). Uitg. Nationaal Katholiek thuisfront, 28 blz., met foto's. Ik heb het hoofdstuk over Van de Maden krijgsgevangenschap, 9 pagina's  hier neergezet.
Na alle waarschijnlijk heeft mijn vader hem goed gekend.

In S. is meer contact toegestaan, er is een spreekkamer waar 3x per week gelegenheid wordt gegeven voor dit doel.

Soms moeten de jongelui eens tot de orde geroepen worden enz. Ook is er een commissie om eventuele geschillen, die mochten voorkomen op te los­sen. Hiermede is o.a. Luit. Kol. v.d. Lely belast. De geest is goed. Er komen treffende staaltjes van naastenliefde voor, naast minder prettige dingen. Een oudere officier die zelf haast niet at, om het aan een jongere te geven, die nog een heel leven voor zich had. Men kan eenige oversten zien die netjes de vloer vegen. Een andere overste, hoofd van een militaire inrichting, zat altijd maar sokken te stoppen en toen bleek, dat hij dit ook voor anderen deed, wien dit te moeilijk viel. Toen de roode kruispak­ketten kwamen en er aan een tafel van 8 personen voor elk 2 pak Sanovite inzat, bleek er 1 pak te weinig. Ieder gaf toen 1 stukje aan den benadeelde Toen deze vertrok nam hij de 2 pakken Sanovite mee. Ook vertrok iemand met een zak broodkorsten voor zijn hond. Aan sommige tafels is het een punt wie het kapje van het brood krijgt., men kan niet te veel risico loopen met gebit en om dit te laten wisselen hangt er een mooie dienstregeling. Een correcte bejegening van het Duitsche- bewakingspersoneel- van hoog te laag.

Alles samengenomen hebben we hier in Holland den indruk, dat men er in het nieuwe kamp op is vooruitgegaan en rest ons slechts te hopen, dat we binnen niet al te lange tijd onze officieren weer gezond en wel bij ons zullen terugziend.

 
Stanislau 1 october1942


Tekening van F. de Waal gemaakt in Stanislau 5 juli 1944 door Kapitein J.G.H. Holsheimer
(als verjaardagscadeau verzonden naar mijn moeder)

 

 

 
Getekende kaart voor Marita (4 jaar) waarschijnlijk getekend door
Kapitein J.G.H. Holsheimer, verstuurd op 22-10-1944, ontvangen 23 mei 1945.

 

3e stencil (1 pagina)

De reis van Stanislau naar Wandenburg.


Tekening van F. de Waal gemaakt in Stanislau 1 febr. 1945  door Kapitein J.G.H. Holsheimer
(Het niet meer ontvangen van voldoende voedsel is te zien)

Ik heb veel te vertellen. Ik stuur in het geheel 5 briefkaarten. Maandag 10 Januari 1944 zijn wij uit Stanislau vertrokken. De groote bagage was al eerder ingenomen. De handbagage werd onderzocht. Daarna appel, waarbij de eerste 7 man gemist werden. Wij hebben 2 uur gewacht, terwijl het geheele gebouw onderzocht werd, maar niets werd gevonden. Om 4 uur zijn wij door de stad getrokken. Het cadettenleger en de hoofdofficieren. 's-Avonds 7 uur vertrokken wij ,de normale weg - Lemberg-Krakau- Breslau- Berlijn - Neu Brandenburg. Met 37 man in een veewagen met stroo en een kacheltje. Zaterdagmorgen aangekomen. De reis is nogal emotioneel geweest, maar dat is niet alles te vertellen. De 2e dag zijn al onze schoenen afgenomen,omdat wij een kijkgaatje van een paar millimeter gemaakt hadden. Desondanks hebben wij nog 18 man reis­vaardig gemaakt. Hebben een gat in de voorwand gemaakt en allen zijn door het remmershuisje van den trein gesprongen. Wij werden toen in een andere wagen gestopt, waar al 13 man uitwaren. Wij waren toen nog met 41 man. Wij hebben ons in 5 dagen niet kunnen wasschen. Een houten emmer diende als W.C. naar op een kacheltje hebben wij sneeuwwater  gesmolten en thee gezet. De reis was niet al te soepel; wij kwamen hier moe aan. In totaal 61 man ontvlucht, maar    momenteel nog 28 vrij. Van alle 13 transporten zijn er 135 weggeweest. Het kamp is een barakkenkamp Neurenberg was er heilig bij. Wij liggen apart, maar hebben toch nog contact met de officieren. Wij hebben 2 onbewoonbare barakken als logies gekregen, waarvan een bewoonbaar verklaard is. Wij zitten nu gezellig op en over elkander.


Neu-brandenburg (overgenomen uit
De zak met vlooien)

Hebben brandstof en stroozakken met papier gevuld. Wat het eten betreft, wij krijgen hier het normale broodrantsoen en verder op onbepaalde tijde tusschen 14 en 4 uur soep van aardappelen, koolraap en vleesch. Boter en broodbeleg redelijk. Er zijn hier nog een paar dingen waar we aan moeten wennen. Donderdagavond het licht uit, enfin wij staken een lucifer aan en een kaarsje, waar prompt op geschoten werd.

Het was luchtalarm en dan moet alles donker zijn. Wij zijn Berlijn ‘s avonds gepasseerd en hebben dus weinig gezien, maar het 13e transport en de vluchtelingen hebben behoorlijk sterke verhalen gegeven. Alles bij elkaar genomen: maakt U niet ongerust, met mij gaat het goed. Het  moreel is uitstekend. Nu ik de bende hier gezien heb ,ben ik zwaar zwaar optimistisch. Kunnen bridgen, praten en zoo komen wij de laatste maandjes wel door.

Het gaat goed. Wij krijgen geen kranten en geen weermachtsberichten.

 


 

Van Neubrandenburg is op diverse Duitse webstites wel iets te vinden, met name omdat de Russen het kamp nog een tijdje gebruikten om er Duitsers vast te houden. In het Fünfeichen-bos liggen talloze graven. Over de Nederlandse gevangenen lees je op de Duitse sites bij niets alleen op http://www.links-lang.de/presse/2596.php.
Er is enkele jaren geleden op het terrein een herdenkingsmonument opgericht voor de geëxecuteerden. Het meters hoge kruis is het enige dat op een detail van de google foto is te zien en dat de plek van het kamp prijs geeft. Het opzoeken van dat kruis was nog het lastigste.
http://www.m-vp.de/neubrandenburg/eichen.html (met dank aan E. van der Most)

 


gedenksteentje van na de oorlog

 

 


Deze Duitse propagandafoto van het krijgsgevangenkamp Stanislau  mocht men naar huis sturen, de tekeningen hierboven gaven meer de situatie van het kamp weer.
"Een van de meest intrigerende sportfoto's die ik ken (zwart-wit, enigszins vaag en gedateerd) geeft in het midden wat doelpalen, waaromtrent onduidelijke voetballertjes zo te zien wat hollen; er zitten toeschouwers op bankjes toe te kijken; verder buiten het veld zit en ligt men in de zon. Vindplaats Dr. L. de Jong 'Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog', deel 8, 'gevangenen en gedeporteerden' foto nr. 7. ondertitel: 'Het krijgsgevangenenkamp te Stanislau'.
Steeds opnieuw kijk ik naar die foto en vraag me af wat er zonder context en uitleg van over zou blijven. 'Zonnige en sportieve namiddag, medio twintigste eeuw' misschien. Zoals Adri van der Poel wellicht ooit 'Huilende sportman' wordt. " Trouw:  22-2-2000, Rob Schouten.

Ik heb mij (jdw) er ook over verbaast dat dr. L de Jong geen kanttekening bij deze foto heeft gemaakt, waarschijnlijk was het gewoon te koop in de kampwinkel. Met de opzet om naar buiten toe een "ontspannen" sfeer weer te geven.

 

Post die pas in 1946 is aangekomen en rond 2 mei verstuurd 1944
De kaart ging over de bevrijding op 28 april 1945.

 

Er bestaat een 4-delige serie Titel: Onderdrukking en verzet : Nederland in oorlogstijd / [onder red. van J.J. van Bolhuis, C.D.J. Brandt, H.M. van Randwijk, B.C. Slotemaker]
Medewerker: Johannes Jacobus van Bolhuis (1912-1963 fl.); Coenraad Dirk Jan Brandt (1897-1966); Hendrik Mattheus van Randwijk (1909-1966); Barend Cornelis Slotemaker (1895-1952)
Jaar: [1947-1954]
Uitgever: Arnhem : Van Loghum Slaterus
Amsterdam : J.M. Meulenhoff
Annotatie: Met lit. opg. en reg
Omvang: 4 dl.; 704, 694, 830, 832 p. : ill. ; 28 cm


Er staat een hoofdstuk in over de Nederlandse krijgsgevangenen / officieren in Langwasser, Stanislau, Neu Brandenburg en Tittmoning, blz. 287-313. Het deel bevat geen namen van gevangenen.


In juni 1943 werden de officieren (een 60-tal) die in 1940 geen erewoordverklaring hadden afgelegd en toen terstond in krijgsgevangenschap werden afgevoerd, van het kamp Colditz overgebracht naar Stanislau. Aanvankelijk bestond er een enigszins gespannen verhouding tussen deze en de reeds in Stanislau aanwezige officieren. Zij maakten deze laatsten er een verwijt van wel hun erewoord te hebben gegeven. De verhoudingen zouden echter snel verbeteren.
Een deel van de Colditz-officieren nam al snel de leiding van vrijwel alle ontvluchtingpogingen op zich.

Begin juni 1944, enkele dagen voor de invasie, werden 300 officieren, onder wie nagenoeg alle opper- en vlagofficieren alsmede het merendeel der hoofdofficieren, overgebracht van Neu-Brandenburg naar Tittmoning (ilag VII/Z), 45 Km N.N.W van Salzburg aan de Salzach. Het verblijf was daar in een oud bisschoppelijk kasteel. Bijgevoegd is een tekening van de hand van "Van den Abeelen", januari 1945 een een opname van Google Earth.
In Tittmoning zijn de gevangenen op 4 mei 1945 door de Amerikanen bevrijdt.


Neu-Brandenburg naar Tittmoning (ilag VII/Z),

 

Archiefmateriaal te vinden bij:  http://www.nationaalarchief.nl

Collectie krijgsgevangenen, 1940-1946
In december 2001 zijn door het Centraal archievendepot (CAD) van het ministerie van
Defensie de archiefbescheiden met betrekking tot de krijgsgevangenschap van Nederlandse
militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog overgedragen aan het Nationaal Archief.
Inventaristitel:
Plaatsinglijst van de collectie krijgsgevangenen, 1940-1946, door H.E.M. Mettes Rijswijk,
2000
Achtergrondinformatie
De collectie bevat archiefbescheiden over de Nederlandse militairen, die tijdens de Tweede
Wereldoorlog van mei 1942 tot april 1945 in krijgsgevangenschap werden geïnterneerd in
verschillende kampen in Nederland, Duitsland en Polen. Na de bevrijding werden de
militairen gerepatrieerd naar Nederland .
Als reactie op verzetswerk van Nederlandse militairen, gaf Hitler in 1942 opdracht tot de
deportatie van de beroeps- en reserveofficieren naar krijgsgevangenkampen. In mei 1942
werden door de Duitse bezetters de Nederlandse officieren, die sinds mei 1940 waren
gedemobiliseerd, opgeroepen om zich te melden bij hun kazernes. De enigste uitzondering
werd gemaakt voor officieren die lid waren van de NSB, WA of de Nederlandse
Arbeidsdienst.
In totaal melden zich ca. 2 700 militairen die als krijgsgevangenen werden gedeporteerd
naar de volgende kampen in Nederland , Duitsland en Polen
Omvang archief: 4,25 m
Openbaarheid: beperkt openbaar
Nummer(s) toegang: 2.13.98
Raadpleegbaar: per heden
http://www.nationaalarchief.nl/images/3_7626.pdf


 

 
Meer lezen over Stanislau:

Titel: Onze officieren in krijgsgevangenschap : gedenkboek
Belevenissen op geschreven door
Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap o.a. in Soest, Colditz, Neu-Brandenburg en Stanislau
Jaar: 1947, Uitgever: [Den Haag : s.n.]
Reeks: Ons Leger ; foto's, tekeningen en illustraties, 83 p
Formaat: 31 cm

Titel: De zak met vlooien : Oflag 67, M Stalag 371 : ontvluchtingen van Nederlandse officieren uit krijgsgevangenschap, 1942-1945 / G. van Amstel
Auteur: G. van Amstel, Jaar: 1974 , Uitgever: Blaricum : Bigot & Van Rossum
Annotatie: ill., krt, Omvang: 288 p, Formaat: 24 cm, ISBN: 90-6134-100-0 : fl 24.50 Nummer: (Library of Congress) 75564904; (Brinkman) B7504227
Trefwoord: World War, 1939-1945; Tweede Wereldoorlog; Concentratiekampen; Ontsnappingen; Krijgsgevangenen; Duitsland; Wereldoorlog II
,ontvluchtingen van Nederlandse officieren uit krijgsgevangenschap, 1942-1945


Titel: Officieren achter prikkeldraad 1940-1945 : Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap / Leo de Hartog
Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap
o.a. in Soest, Colditz, Neu-Brandenburg en Stanislau
Auteur: Leo de Hartog, Jaar: 1983, Uitgever: S.l. : Hollandia, Omvang: 381 p,
foto`s, kaarten en tekeningen.

Dagboek van mijn krijgsgevangenschap te Neurenberg, Stanislau (Oekraïne) en Neu-Brandenburg / door J.G. Sutherland ( Johan George Sutherland (1899-??), 1985, Uitgever: Driebergen : Zevenster, Annotatie: ill, Omvang: 45 p. Formaat: 21 cm, ISBN: 90-70414-82-1
Recensie: Ruim veertig jaar na het eind van Wereldoorlog Twee komen er nog steeds herinneringen los. Sommige waardevol, indringend of interessant, andere van minder betekenis. Het dagboek van Sutherland, circa 40 blz. in een soort stencilvorm uitgegeven, behoort ongetwijfeld tot de laatste categorie. Het is een oppervlakkig relaas van een officier in krijgsgevangenschap wiens ervaringen en overpeinzingen voor een ander niet zo interessant zijn. Is het boekje wellicht bestemd voor familieleden en kennissen van de auteur?

Uit het dagboek van een krijgsgevangene : Stanislau 1942-1945 / [G. Higly] Auteur: G. Higly Jaar: [ca. 1946], Uitgever: [S.l. : s.n.] Omvang: 2 dl

Titel: Man en paard : het ruiterlijke leven van Charles Pahud de Mortanges 1896-1971 / J.P.A. van Ballegoijen de Jong
Auteur: Juuf P.A. van Ballegoijen de Jong (1949-)
Jaar: cop. 1983, Uitgever: Meppel : Boom en Taconis , ill , foto's,  Omvang: 112 p
Formaat: 20 cm, ISBN: 90-6009-552-9
Charles Ferdinand Pahud de Mortanges (1896-1971)
Samenvatting: Levensbeschrijving van de Nederlandse officier (1896-1971) die als ruiter driemaal achtereen bij de Olympische spelen gouden medailles wist te behalen.
Recensie: Levensbeschrijving van de Nederlandse officier die driemaal achtereen in de Olympische spelen gouden medailles wist te behalen. Na een ongeval in 1938 en zijn daaropvolgende revalidatie zet hij zich in voor de revalidatie van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Na zijn vlucht uit krijgsgevangenschap [ o.a. in Stanislau, ontsnapping], weet hij in 1944 via Frankrijk en Spanje Londen te bereiken en maakt daarna deel uit van de Brigade Prinses Irene. In 1953 treedt hij in dienst van het Koninklijk huis en van 1954 tot 1963 is hij chef van het Militaire Huis. Aardige biografie van een boeiend mens.



Contra de swastika : de strijd van een onverzettelijke Nederlandse marineofficier in bezet Europa, 1940-1945 / Charles L.J.F. Douw van der Krap
Auteur: Charles Louis Jean François Douw van der Krap (1908-1995)
Jaar: 1981
Uitgever: Bussum [etc.] : Van Holkema & Warendorf [etc.], ill., facs., kaarten, portr, Met lit. opg, Omvang: 320 p., [48] p. pl, Formaat: 15x 24 cm, ISBN: 90-269-4530-2
Trefwoord: Wereldoorlog II; Tweede Wereldoorlog; Nederland; Wereldoorlog II; Herinneringen Wereldoorlog II
Onderwerp: geschiedenis van Europa 1940-1945
Recensie: Een uit Nederlands-Indië afkomstige oud-marineofficier beschrijft in dit boek zijn belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na als jong luitenant-ter-zee bij de strijd betrokken te zijn geraakt in Rotterdam, belandt hij in de krijgsgevangenenkampen Juliusburg, Colditz en Stanislau. Eenmaal ontsnapt maakt hij de opstand in Warschau en de Slag om Arnhem mee, om zich daarna in Engeland weer bij de marine te melden. Het boek brengt met name over het (o.a. uit boeken van P.R. Reid en R. Eggers) bekende kamp Colditz andere gezichtspunten naar voren. Een onopgesmukt verhaal, waarin de realiteit soms stouter is dan de verbeelding.  Voorwoord van Prins Bernhard.


Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog deel 8/eerste deel 1 / Lou de Jong
Uitgave: 's-Gravenhage : Staatsuitgeverij, 1978. - 547 p. (Stanislau blz. 135 -146)

Onder de vlaggen van Zweden en het Rode Kruis : een medisch-historische studie naar aspecten van internationale bescherming van en hulp- en zorgverlening aan Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap van 1940 tot 1945 / David Jan Smit
Auteur: David Jan Smit (1925-)
Jaar: 1997, Uitgever: Den Haag : Smit, Drukker: Kelpen : Tonnaer, Annotatie: ill
Proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam, Met lit. opg., reg. - Met samenvatting in het Duits, Engels, Frans en Zweeds, Omvang: 226 p, Formaat: 23 cm, Bijlage : uitklapkaart: Wehrkreiskarte,  Met foto's, een uitvouwbare kaart van de krijgsgevangenenkampen in Duitsland en een index. ISBN: 90-9010026-1
Over het leven van Nederlandse krijgsgevangenen in Duitsland, in o.a. Colditz, Stanislau, Stalag Luft 3, Oflag 67 etc. etc. Met een bespreking van literatuur die over krijgsgevangenen verschenen is, en een uitgebreide literatuurlijst.

Trefwoord: Krijgsgevangenen; Nederlanders; Internationale hulpverlening; Tweede Wereldoorlog;Gezondheidszorg; Rode Kruis; hulpverlening aan slachtoffers van oorlogen, rampen of ongevallen 1940-1945
 

Bovenstaande boeken zijn aan te vragen bij de plaatselijke openbare bibliotheek of 2 hands te koop bij o.a.
www.boekwinkeltjes.nl  of http://home.versatel.nl/boekenwo2/  (voorheen oorlogsboeken.tk)
 

TV-uitzending 20-10-2000, Ned. 2

In 2 Vandaag een verslag van een emotionele reis van oud-officieren van het Nederlandse leger en van oud-mariniers naar kamp Stanislau in de Oekraïne. Zij zaten in de Tweede Wereldoorlog gevangen in dit in Polen gelegen krijgsgevangenenkamp. Nu, zestig jaar later, gaan de overlevenden voor het eerst terug. Ned.2, 17.35-18.43u. 

Online:


Andere tijden over Colditz, met film, tekst. Realplayer noodzakelijk om documentaire te bekijken
(uitzending van 25 januari 2005 20:55)
Colditz
Geheime tunnels, poppen en zelfs een vliegtuig op zolder... De vluchtgevaarlijke officieren die in kasteel Colditz in Duitse krijgsgevangenschap zaten, deden letterlijk alles om maar te kunnen ontsnappen. Engelsen zaten er, Fransen, Polen. Dat er ook Nederlandse krijgsgevangenen zaten is veel minder bekend. Andere Tijden spoorde drie van hen op. En een Duitse bewaker, die er met een vreemd soort plezier aan terugdenkt dat hij de gevangenen vaak te slim af was. Maar niet altijd. Items: Inleiding; Wel of niet tekenen?; Soest en Juliusburg; Slot Colditz; Dagindeling; Appèl; Ontsnappingen; Na de oorlog; Links; Bronnen; Literatuur

 



"Leven achter prikkeldraad 1940 - 1945". tentoonstelling foto overzicht 1  en 2



 

 

 

De andere kant van de oorlog.

De Duitsers en hun bondgenoten hebben velen levens verwoest, dromen van onze ouders en voorouders anders laten lopen en totaal verstoort. En oneindig veel verdriet is er veroorzaakt. De 2e wereld heeft er voor gezorgd dat de familielijn is doorbroken en voor de eeuwigheid een andere lijn is gaan vormen.

Bij mijn speurtocht naar informatie over Stanislau kwam ik ook de andere kant van de oorlog tegen. Ook een Duitse familie zag hun idealen sneuvelen.
Maar was mijn vader nooit bevrijd geweest door de Amerikaanse, Engelse, Canadese en Russische troepen dan had ik nooit geleefd.

Sterbebild Leutnant Chozimierz Stanislau 2.5.1944
Leutnant

Albert Maier

Kompanie führer in einem Grenadier-Regiment

Gefallen am 2. Mai 1944 bei Chozimierz-Stanislau (Ostfront)