Jan Vervoort

Jan Vervoort [ 1948] debuteerde als striptekenaar in het maandblad Janboel met de strip Jan Trend. Hierna begon hij voor Malmberg te werken, de uitgever van de jeugdbladen Okki, Jippo en Taptoe. Na eerst een korte strip voor Taptoe te hebben getekend was het de bedoeling dat hij voor Jippo de strip Katoen + Pinbal van Joost Swarte zou overnemen. Omdat Joost Swarte deze strip uiteindelijk toch in eigen hand wilde houden werd besloten om een nieuwe strip te beginnen die qua sfeer en uiterlijk op Katoen en Pinbal moest lijken. Vervoort creëerde toen de strip Freezer en Albedil die hij tekende in een klare lijn stijl. Deze stijl heeft hij sindsdien aangehouden.  Na zijn werk voor Malmberg heeft hij voor het stripblad Titanic de strip Melior getekend en vervolgens voor het stripblad Eppo Wordt Vervolgd en zijn opvolger Sjors en Sjimmie Stripblad drie verhalen van de strip Elno. Deze Elno serie speelt deels in Eindhoven en deel drie helemaal. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Vervoort

ELNO ART-PRINT ART-print 1e pagina uit de strip ‘De Stem Van Sonare’   ELNO #3, full-colour   formaat A2 [59,4 x 42 cm] €200.00
http://www.janvervoort.nl/product/elno-3-art-print/
De strip De Stem Van Sonare is in zwart-wit 

De Stem van Sonare

‘De Stem van Sonare’ [1994/95] Jan Vervoort , soft - en hardcover  uitgave , 46 pagina’s klare lijn zwart-wit stripverhaal 
De megalomane dr.Müsli beheert een obscure organisatie die totale economische wereldoverheersing nastreeft. Daar zijn ‘volgelingen’ voor nodig. Onder valse voorwendsels ronselt hij argeloze mensen die ingelijfd worden bij zijn geheime genootschap. Ondanks zijn achterdocht raakt Elno tot over zijn oren betrokken bij een bizar avontuur dat zich afspeelt onder de ‘rook’ van lichtstad Eindhoven. Een prachtige strip met veel mooie beelden van Eindhoven. Een kunstwerk!
Hardcover genummerd van 1 t/m 250 en gesigneerd door Jan Vervoort. Met als bijlage een gelijkgenummerde en eveneens gesigneerde zeefdruk (naar schets) van plaatje 6 en 7 van pagina 34. bestellen bij: http://www.janvervoort.nl/

1994 /1995

De Hefbrug en café 


De hefbrug uit 1932 aan de Tongelresestraat, vlakbij het havenhoofd,  is rijksmonument geworden vanwege zijn cultuurhistorisch belang en als voorbeeld in de ontwikkeling van de bruggenbouw. Het hefmechanisme van deze  geklonken ijzeren brug functioneert niet meer.
Het is een markant punt van Eindhoven, de hoek kanaaldijk Noord - Tongelresestraat staat dit gemeentelijk monument, het voormalige café de Valk / de Hefbrug. Een beeldbepalend gebouw met een lange historie. 

1932

Zeefdruk ‘De Stem Van Sonare’ 

oplage 100 stuks, gedrukt op 250 grs. papier , twee drukgangen [zwart met blauw als steunkleur] Pagina 34 van ‘De Stem Van Sonare’  formaat A3 [29.7 x 42 cm]

1995

De Muurschilder


De muurschilder / tekst en tek.: Jan Vervoort ; inkleuring: Mieke Somers, cop. 1987, Uitgever:  Zelhem : itanic/Dendros
Reeks: Melior ; 1; Titanic reeks ; 17 - 50 p. - ISBN: 90-344-0221-5 
pagina 8  en 46  plaatjes: Van Abbemuseum
In het Frans uitgegeven als Le peintre derrière le mur.

1987

De mechanische kameel

De mechanische kameel / Vervoort ; [inkleuring: Mieke Somers],  cop. 1991, Uitgever: Heemstede : Big Balloon, 
Reeks: Een avontuur van Elno ; 2,  46 p ISBN:  90-5425-051-8
pagina 1: TU Eindhoven
pagina 2:  interieur TU Eindhoven
pagina 5: winkelstraat Eindhoven
pagina: 17, 18 en 19  NS station Eindhoven en stationsplein pagina: 20   skyline met Philipstoren
In het Frans uitgegeven als "Le chameau mécanique" en in het Noors als "Kamelens hemmelighet"

1991

Déjà vu in sMon-thang 

Déjà vu in sMon-Thang / Jan Vervoort ; [inkleuring: Studio Leonardo], cop. 1988, Uitgever: Haarlem : Oberon,  Reeks:
Een avontuur van Elno ; 1 - 47 p. , ISBN: 90-320-7005-3
pagina 9 -10 Eindhoven Airport ( interieur/exterieur ) 
In het Frans uitgegeven als reeks: Les voyages d'Elno
Déjà vu au Mustäng

1988

STADBEELD Screenprint EINDHOVEN Philips Light-Tower gezien vanaf de Fellenoord
Negen drukgangen screenprint op 250 grs. papier, Gesigneerd, zeer beperkte oplage [10 exemplaren]
formaat: 50 x 70 cm €200,-  http://www.janvervoort.nl/product/zeefdruk-stadbeeld/

Eindhoven in Beeld in gesprek met Jan Vervoort [1948 -], de Eindhovense striptekenaar van onder andere 'De Stem van Sonare' die zich afspeelt in Eindhoven. Jan laat diverse foto's van lokaties zien waarop zijn verhaal is gebaseerd.  Interview dec. 2016.
Meer over Jan Vervoort op https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Vervoort

Collage van een aantal Eindhovense gebouwen in het boek van Jan Vervoort.

In het boek 'De Stem van Sonare' zijn veel herkenbare gebouwen getekend.  Anton Philips op stationsplein, stratumseind, Van Abbbe museum, Philipstoren, NS-Station, Apollo-huis, Dynamo, Catharinakerk enz enz. Naast een spannend verhaal, mooi getekend is het een prachtige reis door Eindhoven. Het video-interview geeft meer achtergrond over het maken van dit boek.

In 1995 konden de lezers van het SjoSji Stripblad [1995 nr.1/ t/m19 95 nr.9]  genieten van het derde verhaal uit de Elno-reeks (de eerdere albums verschenen in 1988 en 1991). In kleur en met de stad Eindhoven als decor (geen wonder: de strip is in opdracht van die stad gemaakt) vertelde en tekende Jan Vervoort in klarelijnstijl een spannend avontuur van hoofdpersoon Elno. Nu brengt uitgeverij Bee Dee het verhaal in albumvorm uit (hardcover uitvoering, niet meer in kleur, maar in zwart-wit). Aan verhaal en scenario is niets veranderd. Nieuw toegevoegd: omslag, schutbladen en epiloog (met zeer veel achtergrond-info). Bijgewerkt: bibliografie. Het verhaal gaat over een organisatie die de wereld in haar macht wil krijgen door gebruik te maken van de kracht van geluid. Via een machine en hypnose worden hiervoor hulpkrachten gecreeerd. Eind goed, al goed: de kwade elementen, onder aanvoering van bad guy dr. Musli, vinden uiteindelijk de dood. De lezer waant zich zo in de strips uit de jaren vijftig. Voor sommigen wat oubollig, misschien meer een boek voor de wat 'rijpere' stripofiel. Knap getekend. Redelijke lezerskring.  Review Drs. H.H. Ahaus.

Interview Jan Vervoort

Hoeveel striptekenaars er in Stratum wonen weten we niet maar de meest gelezen is ongetwijfeld Jan Vervoort. Zijn strips verschenen niet alleen in Nederland maar ook in landen als Frankrijk en zelfs Noorwegen. Alle reden om hem een paar vragen te stellen.
Hoe wordt je striptekenaar?
“Ik was vier jaar toen mijn moeder voor mij een abonnement op de Donald Duck nam. Vanaf het allereerste nummer, dat ik niet meer heb helaas. Mijn moeder las voor en ik was ik er helemaal weg van. En later werd dat Kuifje. Die albums las ik aanvankelijk bij wat oudere neefjes. Toen mijn moeder dat ontdekte kreeg ik ieder jaar met Sinterklaas een album van
Kuifje. Die strip vond ik echt fantastisch. Omdat ik graag tekende ging ik al snel zelf stripjes maken. ‘Zwaardvis Jones’ was zo’n eerste stripje. Een hoorspel dat ik op de radio gehoord had en waar ik vervolgens zelf een strip van maakte.

In die tijd was er echt sprake van de hoogtijdagen van de strip. Je had de school van Hergé, de zogenaamde klare lijn, Kuifje dus, en de school van Franquin van Robbedoes en Guust Flater. En je had natuurlijk Willy Vandersteen met Suske en Wiske of de Smurfen van
Peyo. Die strips kwamen allemaal uit België, echt het oerland van de Europese strip.
In Frankrijk had je natuurlijk Uderzo en Goscynni met Asterix. Er verschenen in die tijd ook veel striptijdschriften. Zo had je de Pep, die later Eppo ging heten,je had De Robbedoes en het weekblad Kuifje. Die laatste twee vond ik het beste. Ondertussen bleef ik
maar tekenen en tekenen.”

Ook op de middelbare school?
“Ja, maar halverwege mijn middelbare school kwam er artistiek gesproken een zware kink
in de kabel. Toen kwamen de Beatles en dat vond ik eigenlijk nóg leuker dus toen wilde ik Beatle worden en ben ik een bandje begonnen. The Flying Arrows. Dat kostte me mijn studie
op de Pedagogische Academie want toen ik een jaar praktisch niks voor school had uitgevoerd mocht ik vertrekken. Vervolgens heb ik wat baantjes gehad en na een paar jaar heb ik me opgegeven voor de avondacademie hier in Eindhoven, maar ik had toch teveel
tekenambities en die kon ik daar niet kwijt. Uiteindelijk ben ik in 1970 op de academie in Enschede terecht gekomen. Op die academie was een heel open beleid, want officieel zat ik op de afdeling publiciteit maar je werd geacht min of meer je eigen weg te zoeken. Gelukkig ontmoette ik daar de goede mensen, zoals Anton Beeke en Swip Stolk, die daar les gaven, en raakte ik bevriend met Huib Opstal met wie ik heel fanatiek aan het striptekenen sloeg. Uiteindelijk ben ik ook afgestudeerd met een strip als eindexamenwerk.
Intussen had ik vrouw en kind en vrij snel daarna hebben we een huis gezocht, eerst in Den Bosch maar uiteindelijk werd het de Wilgenroosstraat hier in Stratum. Vervolgens met een map onder mijn arm op zoek naar werk. Van lieverlee kreeg ik freelance opdrachten waaronder veel reclamewerk maar ik wilde nog altijd strips tekenen en uitgeverij Malmberg gaf mij toen de kans om strips te tekenen voor hun jeugdbladen zoals de Okkie, Taptoe en Jippo.
Toen ze bij Malmberg merkten dat ik iemand was die zijn afspraken na kwam en zelfs het tekenwerk op tijd inleverde kreeg ik mijn eerste grotere strip, ‘het Wenskoffertje’. Dat was nog heel Donald Duck-achtig getekend. Maar daarna begon ik de strip Freezer en Albedil en dat was eigenlijk de eerste keer dat ik in de zogenaamde ‘klare lijn’ stijl tekende. De kuifjestijl zeg maar. De stijl evolueerde geleidelijk. Na vijf verhalen met de wat cartooneske strip Freezer en Albedil in Jippo ontwikkelde ik de kinderstrip Lila en Merijn voor jeugdblad Taptoe, en dat werden uiteindelijk drie lange stripverhalen.
Ik tekende een of twee pagina’s per week. Het waren verhalen met een spannend ‘wordtvervolgd’-moment.
Steeds op basis van eigen scenario’s. Ik verzon altijd al mijn eigen verhalen.
Het scenario schrijven is een vak dat ik langzamerhand beter onder de knie kreeg, ik had me tot dan toe voornamelijk in het tekenen bekwaamd. In het begin werkte ik met heel summiere scenario’s, niet meer dan vier A4-tjes tekst. Maar mijn laatste Elno verhaal,
de stem van Sonare, was compleet uitgewerkt met elk plaatje vast omschreven en tekst voor elke balloon.”
Dus zo zat je elke dag strips te tekenen op een zolderkamertje in de Wilgenroosstraat
“De hele dag. Veel roken, altijd de radio aan.”



Maar hoe werk je dan precies?
“Ik tekende steeds een halve pagina op Schoeller-Hammer tekenkarton. Schetsmatig in potlood en dan met zwarte inkt de definitieve lijnen. Je werkt natuurlijk in de verhouding
van de pagina van het stripblad maar wel een tikje uitvergroot ongeveer anderhalf tot twee keer zo groot. Als de pagina is geïnkt worden er films van gemaakt en kan de strip worden ingekleurd.”

En dat deed je vrouw?
“Ja dat deed mijn vrouw, Mieke Somers. Vanaf de strip Elno heeft zij ze ingekleurd. Ze heeft daar veel talent voor, maar het leverde natuurlijk ook wat extra inkomsten in
het gezin op. Dat inkleuren wordt op zogenaamde blauwdrukken gedaan.
Dat zijn de pagina’s die ik getekend heb maar dan in blauwe lijnen afgedrukt op speciaal karton wat niet kan kromtrekken. Binnen die blauwe lijnen worden de plaatjes met zlakkaatverf of ecoline ingevuld en als dat na meer dan een dag zwoegen klaar is komt er de zwartfilm met de tekeningen weer overheen. Dat geheel gaat dan naar de lithograaf en vervolgens naar de drukker.
Omdat een strip als Elno een productietijd had van twee jaar en de kleur van de kleding
op pagina 1 natuurlijk moest kloppen met die op de laatste pagina werden alle kleuren ruim voldoende aangemaakt en keurig bewaard in filmkokertjes.”

Kon jullie altijd van de strips leven?
“Ik moest er wel andere dingen bij doen, zoals illustratiewerk. Veel voor educatieve uitgeverijen. Dus plaatjes voor wiskundeboeken,aardrijkskunde boeken.
Ik heb ook veel getekend voor het blad Kijk en ik kreeg opdrachten binnen via het agentschap Art Connection dat mij in Amsterdam vertegenwoordigde bij reclamebureaus
en uitgeverijen.”

Je bent met kinderstrips begonnen maar later werden het meer strips voor volwassenen?
“Dat klopt. Ik ben als striptekenaar een beetje meegegroeid met onze dochter. Toen
ik voor Freezer en Albedil tekende was zij een Jippo kind, en toen ik Lila en Merijn tekende was ze al meer een Taptoekind. Toen ik voor het blad Eppo de strip Elno ging tekenen zat ze al op de middelbare school.”
Die strips werden dan later uitgeven als album. En niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland. “Ja, dat begon al in de Malmberg periode. Alle uitgevers, dus ook
stripuitgevers gingen ieder jaar naar de Boekenbeurs in Frankfurt. Daar werd mijn strip Lila en Marijn opgepikt door de Franse uitgever Milan die hem in het Frans heeft uitgegeven. Zo zijn alle albums in het Frans verschenen, ook de latere Elno avonturen. Toen ik van uitgeverij Malmberg naar Oberon overging, waarvoor ik de strip Elno ging tekenen, bracht ik mijn buitenlandse uitgever al mee. Oberon heeft er vervolgens weer voor gezorgd dat mijn strips ook in Noorwegen werden uitgegeven.”

Op een gegeven moment ben je er toch mee gestopt.
“Ik heb mijn laatste Elno-verhaal gemaakt begin jaren negentig. Toen werkte ik al in zo’n veeleisende en tijdrovende stijl dat ik mezelf als het ware uit de markt geprijsd heb. Bovendien werd de markt overspoeld met strips terwijl de uitgevers, de een na de ander,
over de kop gingen. En ja, met een opgroeiende dochter die ging studeren moest ik op zoek naar andere inkomsten. Ik ben toen les gaan geven op de Grafische school, eerst voor
een paar uur en geleidelijk aan steeds meer. Daardoor bleef er te weinig tijd over om
strips te tekenen. Over mijn laatste Elno album deed ik bijna vijf jaar in plaats van twee. Toen ben ik uiteindelijk fulltime docent geworden. Na meer dan twintig jaar op mijn  zolderkamertje aan de Wilgenroosstraat kwam ik als docent opeens weer onder de mensen.
En zo ben ik vervolgens nog twintig jaar aan de Grafische school verbonden gebleven.”

Bron http://www.stratummer.nl/ of http://www.stratummer.nl/Downloadfiles/Stratummer_7.pdf

Jan Vervoort over de cover van het Stadsdeelmagazine 3e kwartaal 2013 “ De Stratummer” : In de week na het afscheidsfeest zag ik de verhuiswagens bij Plaza Futura.
Het was een treurigmakend gezicht. Het filmhuis– en theater verdwijnt uit Stratum. De Plaza was jarenlang een markante ontmoetingsplek in het Stratumse. Het voelde als het laatste afscheid van een goede vriend, en dat heb ik willen uitdrukken: ‘in Memoriam Plaza-Futura’.
Dit magazinecover is ook als poster verschenen. 

Leenderweg 65 Eindhoven

Plaza Futura ontstond in 1990 nadat de gemeente de oude ‘seksbioscoop’ Plaza
aan de Leenderweg kocht. Onder toevoeging van ‘Futura’ aan de oude
naam begonnen in dat gebouw filmhuis De Krabbedans en theater De Duw samen aan
een nieuwe toekomst. Daardoor werd een vernieuwend concept mogelijk gemaakt:
film, theater en volwaardige horeca. Het was vanaf het begin een groot succes. En iets
wat op dat moment nergens in Nederland bestond. Maar dat veranderde snel. Na tien jaar waren overal vergelijkbare initiatieven ontstaan en daardoor moest Plaza Futura zich opnieuw gaan bezinnen. Door allerlei ontwikkelingen verhuisde Plaza Futura  in 2013 van de Leenderweg naar het NatLab.  Het gebouw in Stratum kwam leeg te staan. Diverse partijen toonden interesse, maar het initiatief van Het Nieuwe Theater kreeg de voorkeur van de gemeente. De enthousiastelingen sloegen de handen ineen met jeugdtheatergezelschap Hetpaardatvliegt en het Parktheater en een nieuwe coöperatie werd geboren.


Onder de nieuwe naam Pand P  worden in theaterseizoen 2015/2016 de deuren geopend van een nieuw kunstpodium voor alle uitvoerende kunstvormen waaronder muziek, toneel en dans. Het plan is erop gericht om een open huis te creëren waar jeugd, amateur en professional elkaar aanvullen en versterken. Waar alle dagen van de week iets gebeurt. Waar de buurt weer zijn ‘thuis’ kan vinden en maken. Het eetcafé, de bar en het terras wordt heropend en gerund door de coöperatie Pand P.

Een open podium betekent elke dag een voorstelling op gebied van muziek, dans en toneel, voornamelijk met jeugd, amateurs, jonge theatermakers en kleinschalige professionele voorstellingen, mede toegankelijk voor de internationale gemeenschap. Verder lunchconcerten, jamsessies, zondagmiddagprogramma, en nog veel meer. Een culturele broedplek waar alles mogelijk is. Samenwerken en delen zijn de sleutelwoorden.